dinsdag 16 januari 2018

Waarom kan ik mijn persoonlijke data niet beter beschermen.

Vanmorgen zag ik een artikel voorbijkomen in het AD. Een columnist wilde iets kwijt over het leedvermaak van Barbie. De kopregel “Barbie als hoofdpersoon van andermans vermaak” De krant noemt dit premium content die alleen beschikbaar is voor abonnees. Ik mocht de column over Barbie wel lezen als ik een proefabonnement nam. 

Ik vermoed dat de schrijver niet weet dat de uitgever zijn Barbie artikel gebruikt om abonnees te werven, of misschien hoop ik dat wel. Het staat waarschijnlijk ergens in zijn contract dat de uitgever eigenaar is van zijn verhalen en daarmee mag doen wat ze willen.

Barbie staat misschien wel symbool voor de media en het disrespect voor persoonlijke data. Vrijwel alle media maken commercieel gebruik van deze vrouw zonder dat ze daar zelf een cent wijzer van wordt. Dat ze door de media wordt uitgeknepen en door de mangel is gehaald is vrij duidelijk. Niemand die haar misschien wel voornamelijk tegen zichzelf beschermde. Terwijl ze waarschijnlijk in haar diepste persoonlijke ellende verkeert ziet de krant nog wel mogelijkheden om met dat verhaal wat abonnementen te slijten.

Verhalen, privacy of data in het algemeen is de belangrijkste grondstof voor de komende decennia. Daar bestaat eigenlijk geen misverstand over. De digitale maatschappij wordt aangedreven door data. Dat roept voor mij steeds weer de belangrijke vraag op over de eigendomsrechten.

Voor de komst van Facebook en Google of meer algemeen het internet zoals we dat kennen via de smartphone lag de macht van het publiceren bij de uitgevers. Journalisten verzamelden en maakten verhalen, abonnementen en adverteerders financierden het geheel. Er was een soort van wankel evenwicht tussen onafhankelijke redacties en de commerciële afdeling om de kwaliteit van het nieuws te vrijwaren van commerciële invloeden. Publiceren was een kapitaalsintensieve aangelegenheid dat zorgde voor een afstand tussen de eigenaar van het verhaal en de uitgever. Een verhaal vertellen was weggelegd voor weinigen.

Het internet maakte van iedereen een uitgever.

Google zorgde voor een bijpassend verdienmodel. Krijg je genoeg views dan staan adverteerders in de rij. Facebook ontwikkelde een verdienmodel gebaseerd op je persoonlijke verhalen. Je valt met je fiets en dat is zo grappig dat er een miljoen mensen naar kijken. Daar zoekt Facebook dan weer adverteerders bij. Een simpel concept dat ervoor zorgde dat de aandeelhouders van multimiljardair werden. Omdat het gebruik van Facebook en ook Google gratis is mogen zij beschikken over jouw prive gegevens en je privé verhalen.

Maar is dat concept niet achterhaald. Als mijn gegevens zo waardevol zijn dat bedrijven daar miljarden aan kunnen verdienen wordt het dan niet tijd om iets terug te vragen.

Als ik met mijn auto onder de trein kom en daar zit een mooi verhaal in, zijn de rechten op dat verhaal dan niet gewoon van mij? 

Waarom kan ik er niet voor kiezen om dat verhaal zelf te publiceren, commercieel uit te nutten op YouTube. Hoe kan het dat dat een uitgever mijn ongeluk zonder te betalen publiceert en er een commercieel circus van kan maken. Wie is de eigenaar van de commerciële rechten van mijn ongeluk, ben ik dat niet in de eerste plaats zelf?

Eigendomsrecht is het fundament en de aanjager van de moderne economie. Als er onduidelijkheid bestaat over eigendom valt alles stil. Op de een of andere manier hebben we de rechten van ons meest waardevolle eigendom, de persoonlijke data uit handen gegeven.

Dat er betaald wordt voor jouw data is niet alleen belangrijk als bescherming. Zodra er betaald moet worden gaat de kwaliteit omhoog. In plaats van gokken of interpreteren wordt het weten. Als je ergens voor betaalt kan je ook kwaliteit eisen. Met een toekomst waarin AI een belangrijke rol gaat spelen wordt de kwaliteit van data doorslaggevend. AI heeft kwalitatieve data als grondstof nodig anders blijft het behelpen. Reden te over om eens op een andere manier naar de eigendomsrechten van persoonlijke data te kijken.

zaterdag 13 januari 2018

Marketeers werken met persona’s maar wat vindt de klant daarvan?

Zie je jezelf staan? 
Data we zijn er dol op, het zou marketeers in staat stellen om een beter en gerichter aanbod te doen. Het maken van profielen is de core business van Facebook en Google. Met behulp van alles wat je zoekt, liked en voorziet van hartjes maken deze geldfabrieken kansberekeningen of deze klant past bij jouw shampoo. Marketeers doen dat niet om geld te verdienen maar om de klant te helpen. Hoe handig is het immers niet dat marketeer Jansen bij Unilever precies weet dat jij roos hebt omdat je tien keer het zoekwoord antiroos shampoo had ingetikt.

Niet alleen Google en Facebook, de digitale marketingmachine is geobsedeerd van data. Kliks, likes, retweets, mentions, zoekopdrachten, hartjes, sharing, vakantieboekingen, waar je woont, wat voor auto je hebt, de website bezoeken eigenlijk laat elke toets indruk een digitaal spoor achter dat vervolgens weer verkocht wordt aan de hoogste bieder. Dat geld is natuurlijk bijzaak, het is om de klant te helpen. De klant staat immers centraal.

De stap van een doelgroep naar een denkbeeldig persoon.

Marketeers werken sinds jaar en dag met doelgroepen. Waar mensen wonen, hoeveel ze verdienen dat soort zaken. Alleen al je postcode vertelt immers een heel verhaal. De digitale marketeer heeft het doelgroepdenken dood verklaard. Achterhaald. 


Dankzij de digitale data machine wordt het steeds beter mogelijk om dichter onder de huid van de klant te kruipen en dat gaat veel verder. Marketeers maken steeds vaker gebruik van persona’s de denkbeeldige koper. Zo op het oog vrij onschuldig. Een persona’s staat immers niet zozeer voor een persoonlijk of individueel profiel als wel voor gedrag, meer specifiek koopgedrag. Het één los koppelen van het ander is natuurlijk niet zo makkelijk.

Om de verbeeldingskracht tot leven te brengen komen er plaatjes bij, foto’s of pictogrammen. Vanaf dat moment wordt het spannend. Want hoe vang je het profiel in een plaatje of foto zonder heel specifiek te worden. Een plaatje van een vrouw uit India doet toch al snel denken dat je iets wilt verkopen aan vrouwen uit India. En ja een vrouw is geen man. Een boer in een overal staat toch al snel voor alle boeren die een overal dragen.

Met het zo goed mogelijk afstemmen van jouw product aanbod op de behoeftes van je klant is niks mis toch?

Nou ja die behoeftes zijn er niet natuurlijk niet echt. Die behoeftes hebben marketeers gecreëerd dat is misschien wel een puntje van aandacht. Detail kan je zeggen. Totdat de klant zelf ontdekt dat hij of zij een persona is. Niet meer dan een in een pictogram gevangen profiel. Gister kwamen de klantprofielen van Albert Heijn even naar buiten. Profielen die worden gebruikt bij trainingen. Zodat het personeel een beter inzicht krijgt aan welke klant de meest marge brengende spullen kan worden verkocht. De commentaren vlogen over het internet. 'Albert Heijn stigmatiseert bij instructie personeel' stereotyperend, armoede koppelen aan huidskleur, choquerend. Het onderwerp haalde het NOS journaal en AH haalde de website met de instructies offline. We hadden het niet zo bedoeld was het commentaar.

Ja kan en mag er alles van vinden. Spijkers op laag water, ophef om niets. Je kan het bagatelliseren, je kan roepen dat het overdreven is, dat het geen nieuws is en dat Albert Heijn het allemaal niet zo had bedoeld. Je kan er ook anders naar kijken. Je ziet dat het een spier is die extreem snel aangespannen wordt. Mensen willen niet in hokjes, ieder mens vindt zichzelf vooral uniek. Sterker mensen, de klant, is allergisch voor stereotypering. En ja mensen willen natuurlijk niet stiekem bespied worden, privacy is nogal belangrijk thema. Als je de ontwikkeling gadeslaat kan je dat niet ontgaan en misschien staan we nog maar aan het begin van deze ontwikkeling.

Je kan als marketeer ook denken, als ik de klant precies vertel wat ik allemaal doe, hoe ik werk met data en persona’s. Waar ik de data vandaan haal. Als ik hem of haar exact vertel hoeveel persoonlijke data ik verzamel zonder dat hij of zij dat weet. Waar en hoe ik dat opsla en met wie ik dat allemaal deel. Als ik de zo mooi centraal staande klant nu eens goed duidelijk maak dat hij of zij bij elke online actie op mijn website onderdeel is van a/b testen zonder dat ik dat verteld heb.  Als ik daar nu eens volkomen transparant in ben, heb ik dan nog een klant of maak ik kans op een item in het acht uur journaal. Loop ik risico, is er kans op reputatieschade als alles vertel. 


Ik zou zeggen doe de test en plaats je werkwijze zo gedetailleerd mogelijk op je website. Sterkte.

donderdag 11 januari 2018

De groei van het online retail kanaal verhult een armoedig businessmodel.

Deze week las ik een interview van Luuk Ros (NIMA) met aan het woord Marco Derksen, (Up-Stream) over de toekomst van marketeers. Een boeiend onderwerp, de toekomst. Een lezenswaardig interview ook en zonder te kort te willen doen aan de gehele inhoud was er één passage die met name mijn aandacht trok. “De traditionele marketingmanager zal steeds meer een faciliterende rol krijgen die vraag en aanbod bij elkaar brengt. Zowel intern als extern. Nog geen idee hoe dat er precies uit gaat zien, maar dat maakt ons vakgebied ook zo boeiend”. NIMA

Ik geloof dat Marco daar een goed punt heeft we zien dat inderdaad gebeuren. Waar ik wel wat vraagtekens bij zet is in hoeverre je nog kan spreken van marketeers? Mensen, product, vraag en aanbod bij elkaar brengen zou ik misschien eerder als een rol voor een soort community manager zien. Het is maar een detail, maar het zijn wel dit soort details die me aan het denken zetten.

De centrale rol van marketeers zie ik toch meer als die van het creëren van toegevoegde waarde om zo direct een bijdrage te leveren aan het resultaat.

Marketeers zijn voor mij vooral de drijvende krachten achter de ontwikkeling van winst-brengende-product-markt-combinaties en ja als aanjagers van innovatie. Maar er is natuurlijk wel iets aan de hand. De digitalisering van het marketingdenken verspreidt zich  als een olievlek over de marketing community. Mensen en producten bij elkaar brengen wordt steeds hoger aangeschreven, net als purpose marketing, een soort denken dat ten koste lijkt te gaan van winst maken.

Dat heeft zijn effect op de marketingcommunity. Als je het wat simpel houdt ga je daar naar toe waar je naar kijkt. Als dat mensen bij elkaar brengen is, ga je daarvoor zorgen. Als dat het vinden is van purpose of je why ga je daar naar op zoek. Als je centrale opdracht het verbeteren van het resultaat is ga je daar een bijdrage aan leveren.

Focus op de klant in plaats van focus op het maken van winst is wellicht de belangrijkste kracht achter de ontwikkeling van het online retail concept. Niet het maken van winst maar het helpen van de klant staat centraal, een gedachte die niet zonder gevolgen kan blijven. Klant, product, vraag en aanbod samenbrengen zonder winst maak urgentie of een direct zicht op resultaat in combinatie met beschikbare digitale technologie heeft ervoor gezorgd dat het retail distributie kanaal is gaan schuiven. Van fysiek naar online. Angst dat de concurrentie je te slim af is deed misschien wel de rest.

Onder kostprijs spullen op de stoep zetten is net iets makkelijker dan het maken van winst.

Natuurlijk bestaat er een groep klanten die vraagt naar goedkope boodschappen die ook nog eens vrijwel gratis voor de deur worden afgeleverd. Die vraag is niet zo gek en ja natuurlijk is dat een aardig grote groep maar of je daar ook geld aan kan verdienen is een andere zaak. Er bestaat ook een groep mensen die een hekel aan winkelen heeft en daarom gericht online winkelt. De vraag of deze niche groot genoeg is om lucratief te zijn is al net zo relevant als de vraag waarom je die mensen überhaupt zou willen bedienen. Voor sommige dingen kan je ook gewoon passen. Iets niet doen is ook kiezen.

Hetzelfde geldt natuurlijk voor de wekelijkse kartonnen doos met etenswaren die onder kostprijs thuis wordt afgeleverd. Natuurlijk zijn daar mensen voor te porren. De vraag is wel of er voldoende gebruikers overblijven zodra de werkelijke prijs betaald moet worden. En nog belangrijker, blijven mensen jaar in jaar uit, uit een kartonnen doos eten, dat weet echt niemand. En ja natuurlijk is het handig als je met een app zo efficiënt mogelijk je boodschappen kan bestellen, je krijgt immers precies wat je nodig hebt.

Online super Picnic, dat zijn business bouwt op basis van zo’n app, vertelde Trouw begin 2017 dat ze dat jaar winst gingen maken. Dat pakte wat anders uit en Inmiddels lijkt het vizier op 2020 gericht. Het jaar waarin het allemaal goed gaat komen. Hoe je dat zo exact kan vertellen is mij een raadsel je kan immers wel naar je eigen getallen kijken maar het is onduidelijk wat de concurrentie doet of de economie in het algemeen. Het is spreadsheetmanagement, “als we deze kosten schrappen maken we daar resultaat”.

Het zou allemaal best waar kunnen zijn maar eerlijk gezegd maakt dat schuiven met jaartallen me wel wat wantrouwend. Het is een tactiek die door online ondernemers bij herhaling wordt toegepast. Ondertussen brandt het bedrijf er meer dan honderd miljoen euro doorheen, wat had je daar allemaal niet voor goeds mee kunnen doen in plaats van het weinig verheffende boodschappen thuis bezorgen. Nou ja het zijn ondernemers die eerder wel hebben laten zien hoe het moet, reden voldoende om dit concept serieus te volgen. 


Mensen slim verleiden tot een ongeplande aankoop daar verdien je geld mee.

Het online exact op maat bestellen wat je wilt hebben model zaagt wel aan de stoelpoten van het werkelijke retail-verdienmodel. De impulsaankoop, de lange kassabon, of beter gezegd de kassabon die je niet in je hoofd had toen je de winkel instapte. Het eindeloos dwalen door de gangen vol met verleidelijke marge brengende producten. De gangpaden van de AH, JUMBO, Action of de IKEA die onder het mom van beleving met wiskundige precisie zo zijn ingericht dat je elke keer weer met teveel en te dure spullen bij de kassa staat.

Het is juist dat fundamentele retail concept dat de pure players weer naar de fysieke winkel drijft. Dat je komt voor een tandenborstel maar met een magnetron naar huis gaat, je zoekt naar een citruspers en naar huis gaat met een bankstel, mensen slim verleiden tot een ongeplande aankoop, daar wordt het geld mee verdiend. Maar goed mensen in de winkel krijgen is misschien wel iets moeilijker dan producten onder kostprijs bij mensen op de stoep zetten. 

Online prijstransparantie zorgt voor een race to the bottom. 

AH en Jumbo voorop smijten, gedreven door angst om een boot te missen en opgejaagd door de concurrentie met geld om producten met verlies naar de klant thuis te brengen. AH is al sinds 2002 op zoek naar een werkend online businessmodel en alleen de boekhouder kan nog precies vertellen hoeveel verlies er al is weggepompt. Samen met de investeringen in Bol heeft het online retail avontuur van AH ervoor gezorgd dat er waarschijnlijk al honderden miljoenen aan resultaat door het putje zijn gespoeld.

Geholpen door online groei sentimenten bij investeerders en gestuwd door de technologische mogelijkheden kijken we naar een van de meest wonderlijke retail ontwikkelingen sinds decennia. Code woord in dit mysterieuze geheel is groei. Online groeit harder dan offline is de mare, maar de realiteit is dat er amper groei is en het internet werkt juist contraproductief als het om groei gaat. 


De winstgevendheid van je eigen businessmodel uithollen om met dat geld het model van een ander te kopiëren is gewoon een slecht idee.

Mensen kopen niet meer schoenen, eten niet meer biefstukken of aardappelen en gebruiken echt niet meer wc papier of onderbroeken als ze online bestellen, mensen kopen online precies wat nodig is. Dat je de impuls aankopen er uitfiltert remt juist de groei. Groei kan natuurlijk ook ontstaan door hogere prijzen maar online retail en hogere prijzen zijn als water en vuur. De online prijstransparantie die ontstaan is door prijsvergelijkers en zoekmachines zorgt eerder voor een race to the bottom, de tegenovergestelde richting van groei. Zo bezien zorgt het online retail model niet voor groei maar eerder voor stagnatie. 


Hoe gaat het eigenlijk met die online groei van de supers? Hoewel er elke dag geld achteraan wordt gegooid lijkt zelfs het onder kostprijs thuis afleveren van spullen nog een aardige uitdaging voor marketeers. De eerste berichten leken nog zo hoopvol.

'Zijn we klaar voor explosieve groei van de online supermarkt?' Onderzoek wijst uit dat de online omzet van internet supermarkten explosief kan groeien. Cijfers tonen aan dat nu ongeveer één procent van de totale supermarktomzet online wordt gegenereerd, in 2020 kan dit zijn opgelopen tot 15 tot 20 procent” schreef Jan-Theodoor Wiltschek, industry principal bij SAP Nederland in 2013 nog in retailnieuws.

Inmiddels lijkt de fantasie te worden ingehaald door de werkelijkheid.

Supermarkt en ruimte publiceerde afgelopen week samen met Strabo een onderzoek dat zij initieerden naar de actuele stand van zaken. De conclusie is vooralsnog dat het marktaandeel van de online supermarkten met 1.6% aardig bescheiden blijft. Uit de monitor kwam naar voren dat het aandeel in het afgelopen half jaar met 0.3 was gegroeid. Die 0.3 groei was overigens lager dan de 0.5 van het halfjaar daarvoor iets om heel even bij stil te staan misschien.

Het CBS en organisaties als Thuiswinkel laten elke maand van zich horen met online retail groeicijfers die vrijwel altijd dubbelcijferig zijn. Dat is natuurlijk best aardig maar is dat dan ook echte groei of is het niet meer dan een kanaal verschuiving. De enige echte groei indicator is immers de consumptiegroei in Nederland en zoals iedereen weet bedraagt die slechts een paar procent. Alle andere percentages zijn verschuivingen. Echte groei wordt nog altijd gestuwd door bevolkingsgroei, dat er meer mensen zijn die je product kunnen kopen. Maar er zijn nogal wat krachten in het vergrijzende Nederland die tegen bevolkingsgroei zijn een scenario dat ervoor zorgde dat de Japanse economie bijna dertig jaar stilstond.

Als het gaat om online retail groei zijn we blij met een dode mus.

We zijn vooral blij met het schuiven van het ene kanaal naar het andere kanaal en ja dat gaat soms gepaard met spectaculaire percentages. Percentages die de onderliggende armoede verhullen. Die groei van 0.3 kun je immers ook naar buiten brengen als een groei van 23% en kijk dat lijkt dan alweer ergens op. Maar wat is het punt, waarom zou je winstgevende groei inruilen voor groei waar je niets aan verdient, welke hogere wiskunde ligt daar aan ten grondslag, waarom kies je voor verlies is de angst dan zo groot?

Als je het onmogelijke bedenkt, bijvoorbeeld een wereld zonder online retail of Google was er dan geen groei geweest, was retail Nederland dan stilgevallen?

Het antwoord is allerminst wetenschappelijk maar ik durf te stellen dat die groei er dan ook was geweest. In plaats van online spullen kopen onder of tegen kostprijs waren we dan gewoon naar de winkel gegaan en hadden daar tegen de full price en schitterende marges een nieuwe koelkast, wasmachine of computer gekocht simpelweg omdat de oude het niet meer deed.

Natuurlijk hadden we tegen full price een paar nieuwe schoenen, broek, jas of jurk gekocht omdat de oude uit de mode waren of gewoon versleten. En natuurlijk hadden we met al het vers getankte consumenten vertrouwen vol goede moed de Sinterklaas en kerstinkopen gedaan. Het totale volume aan groei zou zonder online retail mede dankzij hogere prijzen en impulsaankopen waarschijnlijk hoger geweest zijn dan nu en ook nog eens tegen veel betere marges. Eerlijk gezegd lijkt me dat een veel realistischer aanname dan het roepen dat de online retail de werkelijke verlosser is.

De kanaalverschuiving heeft vooral een negatieve impact op de marges van de winst brengende activiteiten. De retail heeft zichzelf in de voet geschoten door mee te doen aan de online-race naar de allerlaagste prijs. Door online concurrentie te volgen die aangejaagd door investeerders langjarig verliezen kunnen dragen. Jumbo en AH kunnen waarschijnlijk beter in alle stilte om tafel gaan zitten en tegen elkaar zeggen “kunnen we hier niet mee ophouden” het levert de volgende dag al resultaat op.

Vaak kunnen we die impact niet precies duiden omdat de verliezen diep verscholen in de boeken staan. Maar dit jaar kwam het even aan de oppervlakte bij Bol.com onderdeel van Ahold Delhaize “Bol.com is goed voor 36 procent de omzetgroei van Ahold Delhaize in Nederland. De webwinkel investeert nog zoveel in zijn groei dat het de lokale winstmarge met 0,9 procent drukt” Emerce

Met verlies investeren in online groei. Bol en vele andere pure players doen het inmiddels al bijna twintig jaar en AH zelf ook alweer sinds 2002. Wat eigenlijk het exacte leerproces achter dit geheel is blijft onduidelijk. Als je enige businessmodel het met verlies marktaandeel kopen is, kan je na een jaar of tien geld wegpompen misschien ook wel met een gerust hart zeggen dat het een verkeerde benadering is. Nieuwe ronde nieuwe kansen. Amazon is slechts een paar jaar ouder dan al dit online gefröbel en is ondertussen zo’n beetje het grootste bedrijf ter wereld. Misschien iets om even bij stil te staan.

Dat marge verlies heeft verstrekkende gevolgen. Het heeft directe invloed op de winst en heeft negatieve gevolgen voor iedereen die werkt bij een bedrijf dat zulke verliezen jaar op jaar accepteert. Het heeft invloed op een goede werkplek, op budget voor permanente scholing, pensioen, op de kans op een verbetering van het salaris, het heeft effect op de investeringsruimte voor innovatie en research. Stuk voor stuk onderwerpen die dagelijks juist zo in de belangstelling staan. Het zijn primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden die alleen gefinancierd kunnen worden uit de winst die nu in schijnbaar bodemloze online putten worden gestort.

Juist voor het concept winst maken is onder marketeers een afnemende belangstelling.

Alsof winst maken een simpele aan en uit knop is. Je zet de marketingkosten uit en dan komt het resultaat vanzelf. Alsof bedrijven die tien jaar of soms nog langer geen enkele winstdiscipline in de organisatie hebben aangeleerd zomaar van de ene op de andere dag wel resultaat kunnen maken. Alsof volume en marktaandeel altijd zullen resulteren in winst maken. Een ernstige misvatting, winst maken is een capaciteit of discipline op zichzelf die behoorlijk wat vaardigheden vraagt van het hele team. Zoals eerder gesteld treden marketeers meer en meer op als facilitator tussen mens, vraag en aanbod. Misschien wat overbodig om te melden maar een andere kant uitkijken als het gaat om winst maken gaat uiteindelijk iedereen pijn doen.

Ondertussen kijk ik met enige verbazing naar deze schitterende film. Een film waar bedrijven elkaar opjagen richting verlies en waarvan het einde ongewis is, één ding is wel zeker. Er komt een eind aan, op een zeker moment moet er afgerekend worden dat kan nog een jaar duren en misschien nog wel tien jaar maar op een zeker moment komt er een eindspel en ik kan niet wachten om daar bij te zijn. 


Als je tot hier gelezen hebt zijn deze artikelen wellicht ook interessant;

11 miljard online retailomzet, resultaat per saldo waarschijnlijk nul.

donderdag 4 januari 2018

Mijn blogjaar 2017, wat werd er goed en wat werd er minder goed lezen.

Blogjaar 2017 zit er op, artikelen die ik plaats op mijn eigen DWVTS blog vinden voor het merendeel de weg naar Marketngfacts. Het schijnt voor de vindbaarheid van je content niet zo goed te zijn. Nu is die vindbaarheid voor mij geen doelstelling. Ik vind het fijn als een artikel goed gelezen wordt. Dat mensen het zien en lezen is toch de beste beloning voor de inspanning van het schrijven. Ik let niet op seo of sea of het gebruik van de juiste key woorden.

Het aardige van publiceren op het platform van Marketingfacts is dat artikelen die misschien niet zo positief uitpakken voor marketeers toch goed gelezen worden. Veel beter dan op mijn eigen blog. Het is inmiddels vrij duidelijk dat artikelen die intunen op mainstream gevoelens meer views genereren dan kritische geluiden. Blogpost worden veelal gedeeld om het eigen inzicht te onderstrepen. De - zie je wel dat zei ik ook al - blogpost worden het best gelezen. Een principe dat het moeilijk maakt om hoekjes en gaten te verkennen waar niemand in is geïnteresseerd.

Daarom blijft het voor mij belangrijk om ook op mijn blog te blijven publiceren ook al levert dat soms niet meer dan een handvol views op. De teller van mijn eigen blog is inmiddels de 500.000 views gepasseerd. Dat is inclusief robots en ik kan niet zeggen of het alleen een click is, een view van een seconde of vijf of dat mensen het hele artikel hebben gelezen.

Hoewel inbound goeroes om hardst roepen dat bloggen goed voor je business is kan ik dat niet onderschrijven. Met 473.941 views verdeeld over 45 artikelen dit jaar alleen al op Marketingfacts zou je best kunnen zeggen dat het aardig populaire stukjes zijn. Nou ja ik kan niet zeggen dat opdrachtgever op grond van mijn artikelen voor mij in de rij staan.

Ja ik zou waarschijnlijk kunnen leven van publieke optredens maar dat is mijn business niet. Tot nu toe is dat een weloverwogen keuze. Als je die richting uitgaat maak je een keuze. Je wordt je eigen thema en een weg terug is vrij moeilijk. Als je een living hebt in het verkondigen van digitale geloof volg je de weg die leidt naar de meeste spreekbeurten. Als je businessmodel het verspreiden van het ongeloof in webshops is dan wordt je toch je onderwerp.

In mijn artikelen probeer ik bepaalde zaken te bespiegelen op grond van de feiten de zich op dat moment aandienen. Ik ben geen voorspeller, mocht de toekomt een andere richting uitwijzen dan moet je niet te beroerd zijn om je bespiegelingen aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Ik heb plezier in het schrijven het zorgt er voor dat je scherp op de ontwikkelingen zit. Dat je gelezen wordt is de belangrijkste beloning.

Met 359 views was We are here to help. Het artikel met de minste lezers. Met 26.792 views was 11 miljard online retailomzet, resultaat per saldo waarschijnlijk nul. het meest bekeken. Aan het schrijven van Online marketing werkt als botox voor merken en bedrijven: uiteindelijk lijkt alles op elkaar had ik denk ik het meeste plezier. Het werd gewaardeerd met 8238 views. Op Marketingfacts was Het online retailavontuur van bol.com lijkt definitief mislukt met 47.122 views het best gelezen artikel terwijl het artikel op mijn eigen blog niet verder kwam dan 2500 views. Marketingfacts publiceert elk jaar een lijst van best gelezen schrijvers bijgaand het overzicht dat al eerder op het platform werd gepubliceerd.

2017 was voor mij een productief jaar het zorgde ervoor dat ik in de top tien van meest gelezen schrijvers belande. Dat niet alleen kwantiteit van belang is werd duidelijk met het aantal lezers van de bol blogpost die voor een mooie derde plek zorgde in het totaaloverzicht.


Top 10 bloggers (op basis van aantal blogposts)
#
Auteur
Aantal blogposts
Opmerking
1
55
Schrijft de wekelijkse verslagen van de videointerviews van Fast Moving Targets.
2
49
Sinds deze zomer brengt Juan je iedere zaterdag alle ontwikkelingen in social land, in zijn De week op social.
3
46
Beheert al jáááren de wekelijkse rubriek ReclameReview.
4
45
Tadek is misschien wel onze meest fanatieke blogger, je ziet hem bijna wekelijks op Marketingfacts voorbij komen.
5
36
Post heel regelmatig mooie interviews namens 7 Ditches TV.
6
32
Vertaalt de laatste wetenschappelijke inzichten naar de marketingpraktijk, beschreven door meerdere auteurs.
7
24
Maakt iedere week een mooi overzicht van de meest virale video's voor onze wekelijkse Viral Friday, doet dit samen met Fikri El Hamouti (nr. 10).
8
19
Maurits Kreijveld is futuroloog en strategisch adviseur, schijft met liefde over de impact van nieuwe technologieën op organisaties.
9
17
Heeft als Chief reilen en zeilen voldoende ruimte om onder werktijd fijne blogposts te tikken over tech, mobile en nog veel meer.
10
16
Zie David Pedro (nr. 7).
Daarom hebben we ook gekeken naar een lijstje zonder de rubrieken. Dan prijken Tadek en Maurits natuurlijk bovenaan en zie je bloggers (Thomas, Kjell en Bram) staan die in de baas zijn tijd kunnen bloggen. Scroll daarom snel door naar het volgende lijstje. Doe maar. 
Top 10 bloggers (op basis van aantal blogposts) m.u.v. rubrieken
#
Auteur
Aantal blogposts
1
45
2
19
3
17
4
15
5
14
6
13
7
12
8
11
9
11
10
11
Want hieronder staat namelijk de lijst die het meest zuiver is. Zonder rubrieken, zonder leden van team Marketingfacts zelf. Kortom: dit zijn de namen. 
Tadek, Maurits, Alice, Sander, Sydney, Edwin, Peter, Alex, Matthijs en Matthias: deze is voor jullie. 
Top 10 bloggers (op basis van aantal blogposts) m.u.v. rubrieken en m.u.v. team MF
#
Auteur
Blogposts
1
45
2
19
3
13
4
12
5
11
6
11
7
11
8
8
9
8
10
9
Goed, tot nu toe hebben we het over het aantal blogposts. Maar we zouden geen marketingblog zijn als het niet ook om de views zou gaan. En daar staat Danny Oosterveer net niet bovenaan. Danny maakt elk jaar in januari een overzicht van de staat van social media in Nederland. Al jaren de publieksfavoriet van onze lezers en meestal de koning als het gaat om de meeste views op zijn blogposts. Dit jaar moest hij echter plaatsmaken voor Juan Felix, die sinds deze zomer iedere week een overzicht maakt van al het nieuws in social-land. Kudo's Juan! 
Top 10 bloggers (op basis van aantal views)
#
Auteur
Aantal views
1
503.033
2
498.709
3
473.941
4
398.556
5
359.677
6
283.405
7
240.964
8
239.765
9
192.380
10
179.014
En ook hier hebben we weer een sublijstje waarbij we de rubrieken eruit gefilterd hebben. Dan zien we een nieuwe naam in de lijst en dat is Jasmijn Hemersma. Zij blogt op Marketingfacts regelmatig over de ins en outs van e-mailmarketing.
Top 10 bloggers (op basis van views) m.u.v. rubrieken
#
Auteur
Aantal views
1
498.709
2
473.941
3
239.765
4
192.380
5
179.014
6
174.643
7
150.501
8
138.539
9
123.182
10
108.328
Artikelen
Door met de artikelen. Waar ik vooral blij mee ben is de diversiteit aan onderwerpen. Natuurlijk gaan de bovenste drie over social media. Maar er is ook een geweldig scherp artikel over bol.com, een kijkje naar nieuwe consumenten, een verhaal over lastige thema's als AVG en GDPR en een verhaal van Danny over hoe voetbalclub F.C. Twente datagedreven marketing toepast. 
Top 10 artikelen (op basis van views)
#
Auteur
Artikel
Views
1
282.123
2
166.067
3
53.296
4
47.122
5
43.424
6
41.469
7
41.134
8
40.548
9
33.786
10
32.107
Tot slot de comments. De winnaar van dit jaar kreeg er 42. De comments blijven dan ook een mooie plek om kennis te delen. Bijvoorbeeld door extra tools te delen zodat we de meest complete lijst van SEO-tools krijgen of door vragen te stellen over je e-mailmarketing in relatie tot GDPR/AVG. Blijf dat dus vooral doen. Daar worden de artikelen, en zo dus Marketingfacts, alleen maar beter van.
Top 10 artikelen (op basis van de meeste comments)
#
Auteur
Artikel
Comments
1
42
2
26
3
24
4
17
5
16
6
15
7
15
8
14
9
14
10
14