vrijdag 26 augustus 2016

Reclame op je WhatsApp is dat wel zo’n goed idee?

Het Financiële Dagblad gaf er vanmorgen op de voorpagina aandacht aan. "WhatsApp maakt reclame toch mogelijk roept de kop". Om daarna te openen met de tekst "WhatsApp gaat het toestaan dat bedrijven reclameberichten kunnen sturen naar consumenten". Het zou om een verandering in de gebruikers overeenkomst draaien. Daarmee de suggestie framen van de verbroken belofte. Zo’n tekst moet je altijd even laten indalen om te begrijpen waar het werkelijk over gaat.

Reclame is verworden tot een containerbegrip met een negatieve lading. Reclame heeft het misschien wel zelf op zich afgeroepen door op de verkeerde momenten met een verkeerde boodschap in te breken in dagelijkse routines. Dat was geen handige move. Daarom worden er er ook dagelijks nieuwe namen voor reclamemaken bedacht, contentmarketing om er maar is één te noemen. 

De knipperende klikrommel op het internet kreeg bij gebrek aan een fatsoenlijke eigen duiding en waarschijnlijk uit geestelijke luiheid ook de naam reclame. En verkopers van nieuwe ideeën hebben er belang bij om iets nieuws te positioneren tegenover iets van vroeger, elk vak heeft nu eenmaal zijn cowboys.  

Niet elke vorm van reclame is vervelend. Reclame waar je iets aan hebt daar kun je zelfs blij van worden. Elke dag gaan er miljarden over de toonbank omdat reclame de juiste boodschap bij de juiste persoon weet te krijgen. Reclame speelde en speelt nog steeds de belangrijkste rol bij het financieren van de onafhankelijke pers. Waarschijnlijk de meest perfecte symbiose tussen commercie en een maatschappelijke bijdrage. Een groot goed waar je hoogstzelden iets over leest. We zijn er dankzij onze hijgerige focus op technologische mogelijkheden blind voor geraakt.

Natuurlijk worden er specialisten bijgeroepen voor een mening. Joris Gruiters, reclamestrateeg bij N=5 een Nederlands top reclamebureau zegt dat je ermee op moet passen. Je zou in de privésfeer komen. Hij zou het bedrijven dan ook niet adviseren. Ik denk dat Jeroen met diezelfde insteek een commercial voor KPN programmeert tijdens een goed bekeken sportwedstrijd. Inbreken in de privésfeer met een boodschap waar ik niet op zit te wachten is dan geen probleem.

Het schetst ook wel een beetje de verwarring en het gebrek aan duiding. Wat zijn "reclameberichten" zoals het Financiële Dagblad het duidt nu eigenlijk. Je hebt simpel gesteld twee richtingen in communicatie met klanten. Ongevraagd, spam, en communicatie waar ik toestemming voor heb gegeven. Ongevraagd daar kun je kort over zijn, ik lees nog nergens dat zoiets met WhatsApp gaat gebeuren. Het lijkt me onzinnig en niets toevoegen, dat zou ik inderdaad ook niet snel adviseren. Over de mogelijkheden van communicatie waar ik wel behoefte aan heb kun je daarentegen alleen maar enthousiast zijn.

WhatsApp gaat het zakelijke e-mail verkeer overnemen. E-mail is allang kapot. Al jaren proberen malafide partijen je op te lichten via e-mail. Spam is de horror. Is die e-mail van ING nu echt of niet? Kan ik wel of niet klikken op die nieuwe inlogcode die ik via de e-mail gekregen heb? Nou ja vul maar in een eindeloze lijst aan e-mail ellende. Persoonlijke communicatie met klanten vindt nu al steeds vaker plaats via WhatsApp. Het is snel, informeel en betrouwbaar. WhatsApp degradeerde e-mail al in eerder stadium tot het gevoel dat je kreeg bij het schrijven van een brief.

Ik vind het prima als ik via WhatsApp direct met mijn verzekeraar kan communiceren, de bevestiging van mijn vlucht krijg, of een op maat gemaakte aanbieding van KLM omdat ze weten waar ik het liefst op vakantie ben.We gaan strak ook gewoon bestellen en betalen via WhatsApp. Coolblue dat via WhatsApp laat weten dat ze over een kwartier bij je voor de deur staan en daarna met één klik afrekenen, handig. Een berichtje van een nieuwe serie van Netflix via WhatsApp het lijkt me allemaal prima. 

Communicatie via WhatsApp geeft ruimte voor hele nieuwe vormen van service en contact. Het is aan de marketeers en communicatie mensen om er zorgvuldig mee om te gaan. Het verleden heeft geleerd dat we daar niet zo sterk in zijn. Dat de korte termijn het steeds weer wint van de lange termijn. 

Toch ben ik deze keer wel hoopvol. De afgelopen jaren hebben we dankzij de social kanalen veel geleerd in de online omgang met klanten. Het zou me dan ook niet verbazen dat WhatsApp een belangrijk commercieel kanaal gaat worden. Misschien wel het allerbelangrijkste en daar kun je maar beter bij zijn. 

donderdag 25 augustus 2016

Wat maakt content zo uniek dat impact ontstaat.

Wat maakt iets uniek. 
Het was een artikel dat Gonnie Spijkstra deze week publiceerde op de blog van Marketingfacts over het belang van impact dat me verder aan het denken zette. Een uitstekend verhaal van Gonnie waar geen speld tussen past, één van de draaipunten vond ik deze regel tekst. “Als je stuurt op impact, heb je ook niet meer die eeuwige discussie over print en online. Web first, mobile first: bullshit. Het is content first”. Content first, soms kan zo’n zin een tijdje in je hoofd nagalmen. Het artikel was een vurig pleidooi voor unieke onvervreemdbare verhalen, die alleen van jou afkomstig kunnen zijn.

Er is iets dat bleef knagen. De betekenis van het woordje uniek. Zo’n woordje waar je zomaar overheen leest terwijl het misschien wel het meest belangrijke woord van het hele artikel is. Wat maakt content dan zo uniek dat die impact ontstaat. Er is inmiddels heel wat over geschreven. Over het belang van unieke, relevante en authentieke verhalen. Maar wat maakt content dan zo uniek.

Hoewel je misschien denk dat het over het onderwerp gaat, het thema dat je bij de kop pakt, denk ik dat het antwoord misschien wel heel ergens anders ligt. Dat een verhaal alleen uniek kan worden door het talent van de schrijver en wellicht is juist daar is iets misgegaan.

Dankzij de tekstverwerkingsprogramma’s en het internet is het schrijven van teksten populair geworden in de letterlijke zin van het woord. Iedereen schrijft, je hoeft er geen moeite meer voor te doen. Omdat iedereen schrijft valt het ook eigenlijk amper op dat 99 van de 100 teksten een opeenstapeling zijn van ideeën gevat in woorden die we allemaal allang kennen. Knippen en plakken. Ze zijn alleen net anders even gerangschikt de schrijver deed er even zijn eigen plas over en drukt vervolgens snel op send.

Als de ideeën niet uniek zijn en de woorden al bekend dan zit de sleutel misschien wel juist in dat rangschikken. Het zo kunnen opschrijven dat je de lezer meeneemt in je verhaal. Dat het niet een tekst is maar een pageturner. Niet alleen rangschikken is van belang. Ook het herkennen van een uniek verhaal is een kunst. Een kunst die echt lang niet voor iedereen is weggelegd. Als je kwaliteit niet kunt herkennen krijg je nooit een goed product. 


De honger naar content heeft gezorgd voor een verpulping van ideeën.

Dat schrijven een kunst is ervaar je als je met schrijvers werkt waarmee je een ochtend over drie woorden kunt discussiëren. Als je met teksten aan de slag gaat waar je niet een woord aan kunt veranderen zonder dat de impact van het verhaal verandert. De simpele waarheid is dat de honger naar content heeft gezorgd voor een verpulping van ideeën. Het eindeloos herverpakken en destilleren van bekende ideeën en ideetjes naar tegeltjes wijsheden omdat het zo makkelijk deelt. Omdat het dan misschien wel viraal gaat. 


Niet de aandacht voor de inhoud staat voorop maar de lengte van de tekst, de hoeveelheid woorden. Het moet immers wel passen. Je kunt maar acht seconden iemand zijn aandacht vasthouden wordt geroepen. Als iemand echt kan schrijven kan de tekst nooit lang genoeg zijn, dan wil je juist meer. Dan kun je wel een hele dag iemand zijn aandacht vasthouden.

Wat voor tekst geldt, geldt evenzeer voor foto en video. Iedereen kan het. De technologie heeft het maken van foto’s en video gepopulariseerd. Waarom zou je naar Kaapstad vliegen voor het juiste licht als je met een Instagram filter ongeveer hetzelfde bereikt. Waarom zou je een fotograaf inhuren als die stagiaire met zijn Iphone ook zulke aardige foto’s maakt. 


De eenvoudige waarheid is dat er geen geld is voor kwaliteit en dat er geen budget is om kwaliteit te herkennen. Niet dat het nieuw is, de druk op kwaliteit is altijd neerwaarts geweest. Er was altijd meer geld beschikbaar voor productie dan voor conceptontwikkeling. “Prima dat je een week met twee mensen werkt aan conceptontwikkeling maar verberg die kosten maar in de rekening van de productie anders kan ik het niet verantwoorden”. Onderzoek en testen waren altijd al een al een sluitpost. De grootste hap van het budget was altijd al beschikbaar voor middelen.

Misschien breekt dat nu wel op dat gebrek aan aandacht en geld voor unieke onvervreemdbare ideeën. Dat gebrek aan budget voor conceptontwikkeling, voor een echte tekstschrijver of voor een fotograaf die begrijpt dat alles draait om compositie in plaats van een filter. Misschien breekt het op, dat eindeloos pushen van obligate zooi in die draaikolk van pulp dat het internet is geworden. Hopen en bidden dat jouw artikel te midden van al die pulp wel de aandacht trekt. Misschien verandert er iets maar ik denk het niet. 


Unieke content die kan leiden tot impact kan alleen maar ontstaan door aandacht, kwaliteit en voldoende middelen. Voor unieke content met impact moet je de beurs trekken. En juist daar gaat het mis.

dinsdag 23 augustus 2016

Waar alleen een hele diepe buiging zou passen werd het een losersvlucht.

Wie heeft bedacht dat sporters een voorbeeldfunctie hebben? Het zijn volkswijsheden die ergens in het brein verankerd liggen, gewoon omdat iedereen het zegt. Er is geen enkele reden waarom een sporter meer een voorbeeld is dan de buurman die er al 25 jaar dag in dag uit voor zorgt dat jij de post op tijd in de brievenbus hebt.

Nou ja, sporters, de top, minder dan waarschijnlijk één procent van de totale sportpopulatie wordt zichtbaar en komt op de televisie en dan verandert er dus iets. Eenmaal zichtbaar wordt die sporter ongewild een voorbeeld en een onderwerp van gesprek. Hoe je de sport moet beleven, of een sporter mag roken, hoe laat hij of zij naar bed hoort te gaan. Of hij of zij wel op de spelen mag blijven als hij of zij niet meer meedoet voor plek één, twee of drie. Of plek vier ook een prestatie is?

Niet dat die sportman of vrouw daarom gevraagd heeft. Die had gewoon een genetische aanleg om heel hoog te kunnen springen. Iets in het DNA. Grofweg de ene helft van het talent. De andere helft, gedisciplineerd trainen tot ver voorbij het punt dat alle anderen een biertje gaan drinken of voor de televisie gaan hangen is net zo noodzakelijk. Een vereiste. Om bij die wereldtop te horen zeg maar de beste tien, vijf of acht moet je minimaal 10 tot 15 jaar trainen op een haast onmenselijk niveau.

Als je dat kunt opbrengen bent je al uitzonderlijk en wijk je per definitie af van wat gemiddeld is.

Zwemmers liggen bijvoorbeeld al vanaf hun achtste of nog jonger elke ochtend om zes uur in het zwembad. De ouders moeten een bovenmenselijke toewijding hebben om hun kind elke dag naar dat zwembad te brengen. En in het weekend zijn er de wedstrijden. Als het goed gaat in het hele land. Wat voor een zwemmer geldt gaat vrijwel voor elke topsporter op. En dat is alleen nog maar het trainen, het onderwerp voeding staat elke dag op de agenda, net als het afwijzen van feestjes. “Ik kan niet want ik moet trainen”.

Als je dat allemaal hebt overwonnen bestaat er een kans dat je de top haalt. Dat je bij de tien besten van de wereld gaat horen. Dat je misschien wel naar de olympische spelen kunt. Het hoogste podium. En dan gebeurt er zoiets. Je wordt naar huis gestuurd omdat je je niet aan de regels hield. Niet omdat je niet presteerde nee je kwalificeerde je immers voor de finale maar je hield je niet aan de regels. Je was niet grijs, je ging je eigen gang juist de specifieke kwaliteit waarmee je zover was gekomen.

Je moest naar huis omdat de trainer het met je had gehad. De trainer die er negen van de tien keer niet bij was toen je op je negende, je twaalfde en je vijftiende je vader en je moeder huilend vertelde dat je niet meer wilde. Dat je het niet meer op kon brengen. Nee die trainer stuurde je naar huis. Roger Federer die zich kwalificeert voor Wimbledon finale maar niet in actie komt omdat de trainer het met hem gehad had.

De organisatie laat je daarna vallen en stelt zich op achter de trainer net als grofweg de helft van Nederland. De rechter legt het nog maar eens uit dat jij geen idee hebt hoe een sportman zich hoort de gedragen. Omdat je een training miste nadat je je gekwalificeerd had voor de finale. Het belangrijkste doel. Omdat je op deze manier het slechte voorbeeld geeft terwijl je nooit gevraagd had om een voorbeeld te zijn.

Het is diezelfde organisatie die iedereen voortijdig naar huis stuurt omdat ze niet meer meedoen voor een medaille. De organisatie die het begrip loservlucht introduceerde. De organisatie die sporters naar huis stuurt die als kind een droom hadden. Sporters die op tijdstippen trainden ver voordat alle twitterende critici en organiserende bobo’s uit hun bed stapten. En alle andere beterweters, moraalridders die zich verschuilen in het grijs. Die zelf wel eens te hard reden maar heel goed kunnen uitleggen waarom een ander dat vooral niet mag doen.

Een topsporter kan nooit grijs kan zijn. Grijs ligt niet elke dag om zes uur in het zwembad. Grijs kan die discipline domweg niet opbrengen.

Het NOC NSF, de verpersoonlijking van het grijs gaat het allemaal nog eens evalueren. Of het wel een goed idee was om sporters naar huis te sturen met die loservlucht. Het gebeurt waarschijnlijk nooit meer en dat maakt het allemaal nog erger voor de sporters die al hun tijd in een droom staken. Niet alleen de sporters staan in hun hemd, ook de ouders, de familie en iedereen die er aan bijgedragen hebben dat je op de spelen stond. Goed beschouwd staan we misschien wel allemaal in ons hemd.

Maatschappelijk gaat het steeds vaker over de reis, die zou belangrijker zijn dan het doel. Ik zag iets anders, het doel heiligt de middelen. Ik zou daar aan toe willen voegen dat je inleven in een ander en mensen met elkaar verbinden in plaats van polariseren juist op dit moment belangrijke waardes zijn om uit te dragen. Deze organisatie toonde een totaal gebrek aan empathie en een gebrek aan respect voor al die jaren van exceptionele inspanning en toewijding.

Waar alleen een hele diepe buiging zou passen werd het een losersvlucht. Waar sport zou moeten verbinden werd het een splijtzwam. Het is om je kapot te schamen.

zondag 21 augustus 2016

Achteraf weten we allemaal wel hoe marketingsucces eruit ziet.

Gaan waar nog niemand eerder was. 
We maken elke dag keuzes. Op basis van intuïtie en instinct en ja op basis van kennis en ervaring. Bij het nemen van besluiten proberen we een balans te vinden tussen risico en rendement. In dit spel laten we ons vooral leiden door de beschikbare informatie en persoonlijke ervaring. De vraag rijst of er de afgelopen tien, twintig jaar iets is veranderd in de kwaliteit van die besluiten? Is het succespercentage van bijvoorbeeld marketingcases gestegen nu we de beschikking hebben over alle informatie die het internet ons levert?

Als ik in een zoekmachine intik “succesvol producten introduceren” krijg ik 332.000 resultaten, zoek ik verder op “why most product introductions fail” krijg ik al 4.8 miljoen resultaten. Met zoveel informatie kan het toch niet misgaan.

Naast de beschikbare informatie zijn er ook nog de zieners van Sinek tot Semler, van Godin tot Vaynerchuk, de lokale helden nog even buiten beschouwing gelaten. We lezen hun boeken, delen hun blogs en bekijken de video’s. De vraag rijst of die online tips, adviezen en inspiratie de kans op succes nu werkelijk vergroten? Of het bijwonen van inspiratiesessies het lezen van boeken of een briljante marketingopleiding er überhaupt werkelijk toe leiden dat je vooraf garanties kunt geven. Garanties dat een nieuw merk, product, dienst of bedrijf een succes wordt. Dat jouw aanpak gaat werken.

Ondernemen, het introduceren producten is een pad van voornamelijk mislukkingen.

“ Zo worden volgens de IXP Marketing Group wereldwijd meer dan 20 duizend nieuwe producten per jaar gelanceerd. Zeker 75 procent van alle individuele producten en 52 procent van alle nieuwe merken haalt het gewoon niet. Uit onderzoek van de Amerikaanse Product Development Management Associatie (PDMA) blijkt dat slechts 60% van de productintroducties succesvol is. Dit geldt voor producten in tal van sectoren zoals de maakindustrie, gezondheidszorg en dienstverlening.

Meer dan drie op de vier nieuw gelanceerde supermarktproducten liggen een jaar later niet meer in de winkelrekken. Zo blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Nielsen.

Het onderzoeksbureau bekeek 12.000 producten die tussen 2011 en 2013 op de markt werden gelanceerd, en stelde vast dat 76% ervan een jaar later niet meer in de winkelrekken te vinden was. Amper één op de drie nieuwe producten slaagde erin meer dan 10.000 keer over de toonbank te gaan. Ook marketingmachines als Coca Cola, Microsoft, Apple, Google of Procter & Gamble weten niet zeker welk product een succes gaat worden. “Even P&G routinely whiffs with product rollouts. Less than 3% of new consumer packaged goods exceed first-year sales of $50 million” (Harvard Business review)

Nog maar wat getallen. Van startende zzp’ers is na 4 jaar nog slechts 30% actief. Na drie jaar is circa 60 procent van de beginnende ondernemers in Nederland alweer gestopt. ING bericht dat één op 10.000 starters een succesvolle startup wordt. De kans dat een start-up vervolgens doorgroeit naar een scale-up is minimaal, statistisch verwaarloosbaar. Dat niet alleen ondanks alle beschikbare kennis daalde de gemiddelde levensduur van bedrijven van ca.60 jaar in 1958 na ca. 20 jaar nu. Naar verwachting zal die levensduur de komende jaren nog verder dalen naar een jaar of tien. 


Op het gevaar af dat iemand struikelt over deze getallen en de correctheid achter de komma, ik zie ze meer als aanwijzing dat de heilige graal met de allesomvattende succesformule nog niet bestaat. De kans dat er morgen iemand je kantoor binnenstapt en garanties geeft op het welslagen van een marketingoperatie is nul.

Je kunt je verdiepen in Sun Tsu of Kottler, geïnspireerd raken door Joe Pulizzi, afstuderen op de systemen van Kahneman of de biografie van Steve Jobs uit je hoofd leren het geeft allemaal geen garanties voor succes. Misschien zelfs wel integendeel.

In de praktijk wordt veel te veel gevaren op succes-concepten die achteraf zijn geconstrueerd of de successen van de first movers, de eersten in de markt. Managers en marketeers hebben er een handje van. Vertellen dat hun aanpak ook voor jouw gaat werken. Over het onterecht toe-eigenen van successen kun je alleen al een boek vullen. De woorden geluk en toeval zal je nooit tegenkomen in een presentatie.

Patronen herkennen is één of we op basis van die patronen iets kunnen voorspellen is nog allerminst zeker. En dan nog, het gebruik van marketing ideeën en systemen zorgt er immers ook voor dat systemen op zichzelf weer veranderen. Je kunt best iedereen vertellen dat je dit jaar op zo'n geweldige niet toeristische camping stond. Goede kans dat de mensen die naar aanleiding van jouw advies met zijn allen volgend jaar diezelfde camping bezoeken iets heel anders aantreffen. Een factor van belang.

Een voorbeeld is de spectaculaire daling van CTR. De eerste display advertentie die werd vertoond voor AT&T in 1994 op de website van HotWired had een click-through rate van 44%,. Een succes dat ervoor zorgde dat er een miljarden markt ontstond. Nu mag je je handen dichtknijpen voor een resultaat va 0.2%. AT&T ging op een pad waar nog niemand was geweest en had het succes van de first mover, het zorgde voor een achteraf duiding van marketingsucces. Display advertenties waren de toekomst. Maar de uitrol van het concept naar massaal gebruik zorgde ervoor dat de resultaten veranderden.

De belofte van bijvoorbeeld content marketing net als inbound marketing is dat het niet onmiddellijk werkt. Je moet als het ware online volume accumuleren voordat je resultaten kunt boeken. Dat vergt tijd, misschien wel een jaar of nog langer. Je kunt een dergelijke belofte gewoon niet waarmaken. Ze houdt eenvoudigweg geen rekening met de inspanningen van de concurrentie. En geen rekening met het feit dat de inzet van zulke marketingoplossingen de werking van het oorspronkelijke concept aantasten. Dat de houding van de klant ten aanzien van de inzet van dergelijke marketing oplossingen door de tijd ook verandert.

Succes is veelal weggelegd voor de first movers. Met een beetje verbeeldingskracht wordt dat succes achteraf gedefinieerd en in een mooi schema gegoten of een unieke formule. Verpakt in sheets, blogs, boeken en seminars vindt het zijn weg naar de koffers van de handelsreizigers in succes.

De kans dat het succesvolle idee van die ander ook een succes voor jouw bedrijf wordt is naar mate de tijd verstrekt steeds geringer. Je bent gewoon te laat. Op zijn best wordt je de nummer twee, drie of vier in de markt en zoals bekend heeft de nummer één de best houdbare positie en verdient de nummer één het meeste geld. Misschien is voor het ontwikkelen van een oorspronkelijk idee je eigen boerenverstand nog wel de meeste garantie voor succes. Met een beetje geluk kan er dan misschien iets ontstaan dat zo uniek is dat anderen een boek schrijven hoe jij het bedacht hebt.

zaterdag 16 juli 2016

Een stukje Hollandse kaas is soms de constante in alle veranderingen.

Er verandert minder dan je denkt. 
Succes wordt verklaard door slim ondernemerschap, heldere marketingplannen en een uitgekookte strategie. Mislukking zijn het gevolg van toeval. We proberen op grond van beschikbare informatie een idee te vormen van een toekomst waarop we een strategie kunnen ontwikkelen. Het geeft houvast dat we weten hoe die toekomst eruit ziet.

Nassim Taleb schreef er met "De Zwarte Zwaan" een mooi boek over. Het zijn de zwarte zwanen, de toevallige gebeurtenissen. die ons leven bepalen, van succesvolle bedrijven tot oorlogen. Verandering is sexy, wat gelijk blijft is oninteressant.

We willen alles kunnen verklaren. Het leidt naar een stroom van succescases die ons steeds opnieuw worden voorgeschoteld als een mogelijk nieuwe route voor het eigen succes. Apple, Red Bull, Facebook, Uber, AirBnB, Chipotle, Amazon. De succescases achter het grootste mijnbouwbedrijf van de wereld, Rio Tinto of super baggeraar Boskalis zijn minder bekend.

Dat succes gebaseerd is op louter geluk en een toevallige samenloop van omstandigheden, wil er maar moeilijk in. Toch zijn er maar weinig succes cases bekend die beginnen voor het begin. Dat voor de start van de onderneming of de business case werd opgeschreven dat het een succes zou worden.

Jaarlijks worden in de wereld meer dan 20 duizend nieuwe producten gelanceerd. Van alle nieuwe merken mislukt 52 procent en van alle individuele producten zelfs 75 procent. Steve Jobs schreef niets over The Why voordat hij in 1977 begon met Apple. De verklaringen voor succes wordt steevast achteraf geduid. Goed beschouwd kun je daar niets mee. Je wilt immers op voorhand weten of het gekozen pad zal leiden naar succes.

Vaynerchuk, Sinek, Semler, Godin en Solis, het zijn maar een paar namen uit een lange lijst die elke marketeer op zoek naar nieuwe ideeën moeiteloos kan reproduceren. Ideeën die inmiddels het internet domineren, of misschien wel besmetten. We vormen een mening op de best beschikbare informatie en hechten de meeste waarde aan eigen ervaringen. Dat heeft een naam, de availabilty bias. Kennis die het meest eenvoudig is te ontsluiten gebruiken we in de besluitvorming. Informatie waar we niet over beschikken nemen we niet mee.

Een mooi cocktail. We gebruiken achteraf duiding, persoonlijke ervaring en de makkelijkst beschikbare informatie om beslissingen te nemen. Het internet heeft daar sterk aan bijgedragen. Informatie is via zoekmachines snel te ontsluiten. Die informatie concentreert zich wel op de eerste tien zoekresultaten. Omdat verandering nu eenmaal interessanter is dan hetgeen hetzelfde blijft kun je de uitkomst ongeveer wel raden.

Een stukje Hollandse kaas is soms de constante in alle veranderingen.

Een regel tekst uit een korte Twitter conversatie met Tristan Lavender vormde de aanzet tot de deze blog. Het was zijn reactie op mijn tweet waarin ik me afvroeg of er al iemand nadacht of Pokemon go in speeltijd een bedreiging zou zijn voor Facebook, Twitter en de televisie. Een berichtje om de hijgerige gekte te verbeelden waar marketeers aan bloot worden gesteld. Het zoeken naar wat nieuw is, naar wat anders is.

Nederland gaat nog steeds en masse op hetzelfde moment op vakantie en we nemen nog steeds dat Hollandse stukje kaas mee. Als je voor het eerst in de sportschool komt en een kluisje voor je kleren uitzoekt is de kans groot dat je de volgende keer datzelfde kluisje gebruikt. Kijk maar eens waar je gaat zitten in een groep. Kijk maar eens naar je eigen gedrag.

In werkelijkheid is dat gedrag en zijn onze motieven om iets te willen bezitten in de afgelopen 1000 jaar niet of nauwelijks veranderd. In plaats van concentreren op de verandering, zou je ook eens kunnen kijken naar wat onveranderd blijft.

maandag 11 juli 2016

Positionering anno 2016 moet naar buiten toe kloppen maar vooral ook steeds meer overeenstemmen met de binnenkant van de organisatie

Nike heeft het goed begrepen.
Het tijdperk van simpel make believe ligt achter ons. Jarenlang kon een positie, een merkpositionering of een compleet bedrijf verzonnen worden op de tekentafel en met voldoende mediadruk aan de man worden gebracht.

Je kon een idee er als het ware inrammen. De transparantie van het internet, Google en de social media maken van iedere klant anno 2016 een junior onderzoeker. We moeten op zoek naar nieuwe kernwaarden. Die zoektocht naar een nieuwe onvervreembare positionering in het brein van de klant wordt onder invloed van de toegenomen transparantie van het internet steeds moeilijker.

De positioneringstrategie anno 2016 moet naar buiten toe kloppen maar vooral ook steeds meer overeenstemmen met de binnenkant van de organisatie. Heel gek, maar wat je vertelt, moet tegenwoordig gewoon waar zijn. Dat is voor veel organisaties en merken een nieuwe realiteit.

De afgelopen decennia zijn er miljarden euro’s gepompt in fake verhalen. De komende jaren zullen producten met positioneringen die niet kunnen worden waargemaakt worden afgestraft. Positioneren is niet een populaire marketing discipline en er wordt weinig over geschreven.

Als je googled krijg je 449.000 resultaten dat lijkt veel maar als ik zoek op contentmarketing geeft Google me nu al 357.000.000 resultaten. Dat is jammer want elke marketing-case zou moeten beginnen bij de positionering.

De positioneringstrategie is de oerknal van de marketing.

Al Ries en Jack Trout waren in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de eersten die met het boek Positioning: The Battle for Your Mind het idee van positioneren populair probeerden te maken.

Een boek met impact dat in 2009 door lezers van het gezaghebbende blad AdAge werd verkozen tot beste marketing en media boek ooit. In Nederland schreven Riezenbos & Van der Grinten er met Positioneren: Een stappenplan voor een scherpe positionering een goed boek over.

Simon Sinek mag zich met zijn verhaal over the why een waardig opvolger noemen van Ries & Trout. Verpakt in een modern jasje gaf hij het idee van positioneren een nieuwe impuls.

Jammer dat het boek zich zo verliest in het adoreren van Apple. De essentie van het positioneren blijft, ondanks alle nieuwe vaak technologisch gedreven communicatie mogelijkheden, hetzelfde. Het verwerven van een unieke en onvervreembare positie in het brein van de klant en prospect.

Al Ries vatte het krachtig samen “Positioning is not what you do to the product; it’s what you do to the mind of the prospect".

Merken groeien doordat ze erin slagen een associatie netwerk op te bouwen in het brein van de klant.

Een goede positioneringstrategie is de basis voor een masterplan. Persoonlijk geloof ik dat er net zoveel marketingroutes naar succes zijn als dat er wegen zijn op een wegenkaart.

Er bestaat niet één oplossing het gaat om het maken van de juiste combinaties.

Dat er voor social business, contentmarketing, storytelling, twitteren, bloggen en vloggen een rol is weggelegd spreekt vanzelf. Net als het beïnvloeden van zoekresultaten, het verbeteren van service, het kopen van banners en adwords passen deze tactieken in het wapenarsenaal van de hedendaagse marketeer naast alle meer beproefde marketing communicatie oplossingen.


Marketeers kunnen inmiddels kiezen uit ca. 2000 markting technologie producten in ruim 40 verschillende categorieën. Ik zie deze oplossingen vooralsnog als middelen. Middelen die elk vanuit hun eigen kracht een bijdrage moeten leveren aan het versterken van de gewenste positie in het brein van de klant.

Middelen die juist daarom zouden moeten voortvloeien uit een masterplan dat is gebaseerd op een krachtige merkpositionering. Middelen zijn ook voornamelijk gericht op leadgeneratie. Leadgeneratie zonder investeringen in het merk is als het melken van een koe zonder dat ze goed gevoed wordt.

Uitgangspunt van een goede positioneringstrategie is een helder gemaakte keuze.

Die eerste stap naar een strakke positionering wordt negen van de tien keer al niet gezet omdat de ondernemer bang is om business te missen.

Het bekende citaat "If you try to be everything to everyone, you’ll be nothing to no one", geeft precies weer waar het probleem schuilt. Wanneer het gaat om het claimen van een mentale positie kun je eenvoudigweg geen duizend dingen doekje zijn.

Je moet keuzes maken. Een sterke positie bij een specifieke doelgroep is beter te verdedigen dan een zwakke positie bij meerdere groepen zeggen Riesenbos en van der Grinten daarover en daar past geen speld tussen.

Het internet, de sociale media en Google hebben alle deuren opengezet, de klant kijkt en praat mee.

Het internet heeft gezorgd voor een transparantie die de positie van veel merken en organisaties heeft doen verzwakken. Er vindt een ontkoppeling plaats tussen klant en merk wanneer het merk niet meer kan leveren wat is beloofd.

De klant is teleurgesteld en het zal niet meevallen om vals geprogrammeerde breinposities waar miljoenen in zijn geïnvesteerd even te te veranderen. De hele financiële industrie heeft zijn geloofwaardigheid verloren net als de energiesector. Alles wat met voeding te maken heeft ligt onder het vergrootglas.

Eigenlijk kun je stellen dat de crisis die bijna acht jaar duurde in combinatie met de transparantie van het internet het vertrouwen van consumenten in merken en bedrijven in zijn geheel heeft aangetast. Het eroderen van die oude en bekendere posities biedt volop kansen voor organisaties en merken die op tijd van koers veranderen en nu het moment aangrijpen om de klant hernieuwd bij de hand te nemen. Dat vergt wel een nieuwe aanpak en daarvoor kun je het beste bij het begin beginnen.

Martech ondergeschikt aan merkpositionering? Marketingtechnologie koop of adapteer je met een masterplan gebaseerd op merkpositionering in je achterhoofd. Eens of oneens?

Truus Koppelaar-Noort directeur marketing & communicatie AFAS Software, Berend Sikkenga manager digital services & communications Ziggo, Robert Collignon RM SVP brand & customer strategy, Aegon, Jean-Paul Schaddé van Dooren marketingmanager Cityguys.nl en Marc van Eck RM managing partner - Business Openers gaven hun mening over de inhoud van mijn artikel, voor een link klik hier.

Als je tot dit punt hebt gelezen dan vind je dit artikel ook interessant.
-Positioneren in het internettijdperk.
-Sterke merken met een heldere positionering converteren honderden keren beter dan onbekende producten.

dinsdag 5 juli 2016

Belazerde het RTL4 nieuws de kluit? Het vervolg.

In het maandagochtend nieuws van op RTL4 zat een commerciële boodschap van Kellogg’s. Het item verhaalde over de opening van een cornflakes restaurant in New York. Kellogg's NYC.

De opening van het restaurant zou passen in de hedendaagse gezondheidstrend. Je zegt daarmee wel impliciet tegen de kijker dat cornflakes gezond zijn. Nu zijn cornflakes niet gezond en is Kellogg’s wereldwijd een vrij grote adverteerder. Ik schreef er een stukje over. Tegen het zere RTL been natuurlijk.

Al snel raakte ik op Twitter in gesprek met Pieter Klein, adjunct hoofdredacteur van het RTL nieuws. Hij vond dat mijn blog een kwalijke suggestie bevatte. Naar zijn zeggen zijn redactie en commercie gescheiden mij daarbij verwijzend naar een artikel in de Volkskrant. “Iedereen weet dat het RTL nieuws onafhankelijk is” twitterde Pieter.

Nou wringt hem daar de schoen. Hoe kan je dat weten? Niemand zoekt uit of het RTL nieuws onafhankelijk is. In de stroom aan branded content, branded journalism en native advertising is dat ook helemaal niet zo zeker als Pieter suggereert. Integendeel alle commerciële remmen zijn al een tijdje los.

In het Volkskrant artikel waar Pieter mij op wees staat "de directie van RTL zal de redacties niet lastig vallen met berichtgeving ten faveure van adverteerders of sponsors”. De daadwerkelijke statuten ken ik niet en redactie statuten gelden bovendien net zolang tot er nieuwe statuten zijn. Statuten kunnen per dag veranderen. Maar ik wil Pieter best geloven.

Het voorval maakte mij vooral duidelijk dat er afstand is tussen de klant en de gedachtenwereld van de RTL4 nieuwsredactie.

Pieter denkt dat de kijker er op vertrouwt dat het nieuws onafhankelijk is. Ik denk dat niet en met reden. De NRC schreef april van dit jaar nog “Is het nieuws of een advertentie?’ met daarin de volgende zin, “De grenzen tussen redactie en commercie worden opgerekt en dat leidt tot spanningen tussen redactie en uitgeverij” één artikel in een lange stroom van berichtgeving over dit onderwerp.

Met het betrouwbaarheid gevoel dat kijkers hebben bij nieuwsbulletins is het bovendien helemaal niet zo goed gesteld. “Vertrouwen in nieuwsuitzendingen bereikt nieuw dieptepunt” schreef opiniepeiler Gallup. Slechts 21 procent van de volwassenen zegt nog veel vertrouwen te hebben in nieuwsbulletins. Toegegeven het is een onderzoek uit 2012 over het vertrouwen in het nieuws in Amerika maar ik verwacht niet dat het in Nederland totaal anders is. Beter zal het ook niet zijn geworden.

Reden genoeg om tweemaal na te denken of je dat vertrouwen van de kijker nog wel hebt. Normaal gesproken verwacht je dat bij een nieuwsredactie de zwaailichten gaan branden wanneer er een logo van een bedrijf in beeld komt samen met een onderwerp waarin de waren van die fabrikant zo nadrukkelijk worden aangeprezen. Dat gebeurde niet en dat vond ik opmerkelijk.

Terwijl RTL4 tussen de nieuwsberichten een commercieel onderwerp pusht, kreeg ik van Pieter vreemd genoeg vooral de boodschap mee om me te verdiepen in hun onafhankelijkheid. Pieter, verbeter de wereld, maar begin vooral bij je zelf zou ik zo zeggen.

maandag 4 juli 2016

Belazert het RTL4 nieuws de kluit met het Kellogg's NYC item?

Ik keek vanmorgen naar het nieuws op RTL 4. Nieuws kijken is al geen pretje maar RTL heeft ook altijd een luchtig item. Dat maakt het iets beter verteerbaar. Vanmorgen ging dat item over de opening van een ontbijtgranen restaurant in het hippe New York. Een ontbijtgranen restaurant dat klonk veelbelovend. De manager werd geïnterviewd. Het restaurant moest zorgen voor een echte ontbijt belevenis. Ah, dacht ik, ik herken marketingtaal.

Belevenissen creëren is immers het speelveld van de moderne marketeers. Deze belevenis paste volgens de RTL nieuwsredactie precies in de huidige gezondheid trend. Gezondheidstrend, het item had nu mijn volledige aandacht want een kom cereals bij het ontbijt staat gelijk aan een kom suiker. Laten we voorzichtig zeggen dat ontbijtgranen op zijn minst niet onomstreden zijn als gezond ontbijt product. De camera draaide ondertussen rond en nam het Kellogg's logo even mee.

Nu kan het het kan natuurlijk zo zijn dat nieuwsredactie van RTL4 nooit een boek leest. Dat de maatschappelijke discussie over het gevaar van suiker de RTL nieuws redactie volledig is ontgaan. Dat ze echt denken dat een cornflakes restaurant in New York een nieuwe trend is die precies past in een gezondheidstrend. Het kan zo zijn dat zo'n restaurant toevallig Kellogg's NYC heet en het kan zo zijn dat de RTL nieuwsredactie niet wist dat Kellogg's een bedrijf is dat wereldwijd ontbijtcereals verkoopt. Het zou allemaal kunnen.

Het kan ook zo zijn dat Kellogg's RTL4 betaalt voor een item in een nieuwsrubriek. Of zoals Ger Nijkamp het in een korte Twitter conversatie formuleerde. Ze betalen het misschien niet rechtstreeks maar als een onbetaald onderdeel van een package deal voor een hoeveelheid commercial minuten aangevuld met een paar keer per jaar redactionele aandacht voor een onderwerp naar keuze”. Dat zou natuurlijk ook heel goed kunnen. We weten het gewoon niet zeker. 

Een commercieel stukje content, opgenomen in het nieuws zonder vermelding dat ervoor betaald is, is de natte droom van menig contentmarketeer. Je hebt immers het best denkbare umfeld voor wat betreft autoriteit en geloofwaardigheid. Het zal toch niet? Mocht het zo zijn dat Kellogg's er niet voor betaald heeft en dat kan natuurlijk, dan heeft redactie gewoon een kluit boter op zijn hoofd, dat ze niet door hebben dat ze eigenlijk een reclameboodschap voor Kellogg's uitzenden. In alle gevallen een knap stukje marketing van Kellogg's. 

Lees ook het vervolg.
-Belazerde het RTL4 nieuws de kluit? Het vervolg.

maandag 27 juni 2016

"Niet nieuwschierig klote accu op de e-bike en geen coulange dus waardeloos spul"

Op het internet kan je zeggen wat je denkt maar ook als je niet nadenkt kan je alles zeggen. 

De waarde van content en product aanbiedingen wordt online voor een belangrijk deel bepaald door reviews, reacties, aanbevelingen, commentaren en andere vormen van interactie. Contacten die liefkozend conversatie of engagement worden genoemd.

Afgelopen weekend las ik een artikel van de hand van Elizabeth Matsangou in The Newconomy, over de waarde van reviews. Voor haar artikel gebruikt ze een onderzoek van Bright Local waaruit blijkt dat inmiddels 92% van de kopers reviews gebruiken voor het maken van een aankoop beslissing, een getal dat nog 4% was aangedikt ten opzicht van 2014. 


88% hecht net zoveel waarde aan een reviews als aan een persoonlijke aanbeveling. Als het aankomt op vertrouwen zegt 72% meer vertrouwen te hebben in een bedrijf of product met goede reviews.

Gek genoeg maken klanten hun beoordeling op niet meer dan 1 tot 3 reviews. Nu kun je op alle getallen wat afdingen en zal er verschil zijn in productcategorieën. Reefoo deed in 2012 onderzoek in Nederland en kwam toen op 83 % van de kopers die een review belangrijk vonden. Er kan natuurlijk verschil zitten in de uitvoering van het onderzoek of een verschil tussen Nederlanders en Amerikanen. Op hoofdlijn kan je met een gerust hart vaststellen dat beoordelingen van klanten zwaar wegen. Steeds zwaarder, misschien wel te zwaar.

Reden voor de autoriteiten consument & markt om in Nederland een onderzoek in te stellen naar de betrouwbaarheid van reviews. Daar zou nogal wat aan schorten, als voorbeeld noemt ACM de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië, waar consumenten organisaties constateerden dat bedrijven uit naam van niet bestaande consumenten valse online reviews lieten plaatsen. 


Danny Oosterveer toen nog werkzaam bij Marketingfacts schreef in 2012 al dat dat minimaal 20 tot 30% van de online reviews fake waren. In datzelfde artikel worden getallen van zelf 1 op de 3 genoemd. Het is een onderwerp dat regelmatig de kop opsteekt. Voor het publiceren op het internet bestaan nauwelijks drempel logisch dat daar misbruik van wordt gemaakt.

De ontwikkeling van contentmarketing heeft ervoor gezorgd dat naast reviews, engagement een steeds grotere rol speelt. In die context viel mijn oog recent op een Facebook pagina van Batavus. Een van Nederlands grotere fietsmerken. Facebook geeft ook ruimte voor recensies, als je die open klikt kom je op een lange lijst ellende met fietsen en garanties afgewisseld met hier en daar een positief berichtje. 
Best logisch. Tevreden mensen laten immers zelden of nooit iets van zich horen. 

Vergelijk het met het Googelen op een ziekte of aandoening. Ik heb ooit een hernia gehad en geprobeerd om met behulp van Google me te verdiepen in de kwaal. Niet een goed idee. Mensen met problemen en mislukte operaties maken er een dagtaak van om het internet vol te schrijven. Niet onlogisch en soms ook leerzaam maar wel een totaal verkeerd beeld van de werkelijkheid.

Maak je een mooie reportage over je fietsfabriek en publiceer je dat verhaal via Facebook dan kan de waarde van die content volledig teniet worden gedaan door een reacties waarin duidelijk wordt gemaakt dat klanten problemen hebben met hun frame, de garantie of met hun accu’s. 

Zo kan het zijn dat de met veel liefde gemaakte video reportage in één blikveld staat met “Niet nieuwschierig klote accu op de e-bike en geen coulange dus waardeloos spul” In feite ben je dan direct al helemaal weg.

Als je kijkt naar de waarde die klanten hechten aan beoordelingen van anderen, kan je met zekerheid vaststellen dat de Facebook pagina van Batavus direct een negatieve invloed zal hebben op de verkopen. Naar welke motieven Batavus heeft om zo’n pagina in stand te houden kan ik slechts gissen. 


Contentplatformen als Facebook, Twitter, Linkedin en Instagram hebben op dat punt nog een weg te gaan. Interactie is prachtig maar elke marketeer kent het gevoel van een eerste reactie die al je harde werken volledig en soms ongefundeerd de grond in boort. Die eerste reactie is immers maatgevend voor de volgende reacties en als adverteerder, storyteller of content marketeer heb je daar geen invloed op.

Niet anders dan familie, vrienden en kennissen inschakelen of tegen betaling reacties aankopen, iets wat dan ook naar alle waarschijnlijkheid grootschalig gebeurt. Het gaat niet alleen om positieve reviews, ook het schrijven van negatieve reacties om een concurrent dwars te zitten zal niet worden nagelaten. 


Het idee achter beoordelingen en interactie is aardig maar werkt corruptie in de hand. 

De uitkomsten van het onderzoek van de autoriteit consument & markt zullen naar alle waarschijnlijk niet een rooskleurig beeld schetsen van de online review en reactie cultuur.

Bij grotere bedrijven wordt hard gewerkt om de reputatie hoog te houden ook omdat daar claims uit kunnen rollen. B
edrijven hebben de neiging om hun eigen kunnen centraal te stellen. Kijk eens hoe goed ik het doe of wat een geweldige producten ik maak. Dat is een verkeerde aanpak. 

Kies onderwerpen en thema's die je omarmt en maak verhalen die je visie ondersteunen en je zult zien dat het veel beter gaat. Maar je kunt moeilijk verwachten dat een restaurant op de hoek, een lokaal productiebedrijf, hotel, camping of dienstverlener zijn reputatie om zeep laat helpen door een anonieme eenling. 

Die anonieme eenling heeft online meer invloed gekregen dan een compleet team marketing professionals. Dat gaat op de lange termijn niet werken.


zondag 19 juni 2016

Internetondernemingen die willen groeien kunnen niet zonder tv reclame.

Als je wilt groeien heb je nieuwe klanten nodig. Klanten die nog nooit van jouw product hebben gehoord en nu nog het product van je concurrent kopen. Het internet leek lange tijd voorbestemd om daarin de rol over te nemen van de televisie.

Je ziet dan ook regelmatig artikelen voorbijkomen waarin wordt voorspeld dat internet bestedingen de bestedingen voor televisie gaan overtreffen. Twee ontwikkelingen die niets met elkaar hebben te maken.

Het televisieverdwijnconcept vindt zijn basis in de jacht op de millennials. Een groep die in de digitale wereld een bijna magische bijklank heeft gekregen. Millennials zijn de opvolgers van de generatie X. Millennials ook wel bekend als generatie Y zijn grofweg de generatie die werd geboren tussen 198o en 2000. De generatie waarvan wordt voorspeld dat hun leven zich in de smartphone of tablet gaat afspelen. Millennials lezen geen kranten, kijken geen tv en hechten geen waarde aan bezit.

Niet onbelangrijk, marketeers zijn oververtegenwoordigd in de groep die we omschrijven als millennial en projecteren eigen gedrag op consumentengedrag. Dat versterkt waarschijnlijk het televisieverdwijnconcept.

Millennials zijn belangrijk voor marketeers. Nieuwe gewoontes moet je er immers zo jong mogelijk in rammen. Alle merken strijden om een plek in het brein van jongeren. De mare gaat dat eenmaal ingesleten kooppatronen op latere leeftijd moeilijk veranderen. Staat een voorkeur voor Heineken eenmaal in het brein geprogrammeerd dan heb je daar een leven lang plezier van.

Dat moet de belangrijkste reden zijn om je druk te maken over het bereiken van deze groep. Als je kijkt naar de bestedingcapaciteit zou je er geen aandacht geven en je vizier onmiddellijk richten op de wat oudere zeer kapitaalkrachtige doelgroep.

Buiten een vage duiding van een leeftijdsgroep bestaan millennials niet. Niet anders dan in het hoofd van digitaal gedreven marketeers. In zijn artikel in de New York Times “Corporate America Chases the Mythical Millennial” geeft Farhad Manjoo een aardig inkijkje. Ook marketing professor Mark Ritson doet bijna vanzelfsprekend een duit in het zakje met zijn artikel “Millennial marketing myth is more digital dupe” in The Australian.

Millennials zijn gewoon mensen zoals jij en ik. Met net zoveel verschillen als overeenkomsten. Jonge mensen hebben natuurlijk wel iets gemeen, ze leren sneller dan ouderen. Generatie X zag -vaders- stuntelen met de afstandsbediening van de TV, video of dvd speler. Maar dat betekende niet dat generatie X over totaal nieuwe inzichten over de wereld beschikte.

Alsof er een nieuwe mensheid is ontstaan. Onzin natuurlijk. Millennials studeren, zoeken een partner, worden verliefd, kopen huizen, auto’s en fietsen, gaan ook gewoon werken, vieren een verjaardag met collega's worden dronken, trouwen en krijgen kinderen, hangen daarna zappend op de bank en gaan een dagje naar Walibi om vervolgens weer te scheiden.

Gedrag, drijfveren en motieven veranderen niet in twintig jaar en ook niet in vijftig of honderd jaar. Generatie X en Y verschillen niet of nauwelijks.

Ook de kijkwerkelijkheid is anders. We kijken meer en overal, als het niet op een smartphone is of een tablet dan is het wel op de inmiddels ook altijd online flatscreen. We kijken naar vloggers, Netflix, Geer en Goor, het EK voetbal. Horizontaal, individueel en in groepen. Uitgesteld en live. Van special interest programma’s met een paar duizend kijkers tot Boer zoekt vrouw met tot wel 5 miljoen kijkers.

De veranderingen van verschijningsvorm van de social media en met name Facebook gaan inmiddels in de hoogste versnelling. Je timeline bestaat uit een steeds grotere component video en naar verwachting zal Facebook met een jaar of tien voornamelijk uit video bestaan.

Niet alleen video berichten en plaatjes van vrienden maar ook horizontaal geprogrammeerde kijk shows zullen hun weg naar timeline volgen. Facebook is niet meer of minder dan een timeline met door jou geprogrammeerde zenders afgewisseld met commercials.

Dat niet alleen Facebook is inmiddels net als Twitter gestart met de mogelijkheid om live uit te zenden. Scrollen, swipen of zappen, er is geen verschil.

Elk stukje content heeft zijn eigen karakter waar marketeers gebruik van kunnen maken. Daarin verschillen Twitter, Facebook maar ook linkedin of Instagram en de televisie vrijwel niets van elkaar. We volgen gewoon programma's, online spreken we over vrienden en volgers, in de wereld van de televisie zijn dat gewoon kijkers. De show bestaat net als op de TV uit curatie van informatie en programma's die wordt onderbroken door advertenties.

Hoewel in Nederland inmiddels iedereen online is kiezen de pure players toch steeds vaker voor TV commercials. Televisie blijft onverminderd belangrijk als het gaat om het bereiken van mensen die jouw product nog niet kennen.

De digitaal aangestuurde advertentie platformen werken anders dan televisie. Ze laten je kennis maken met producten en ideeën waarvan de data al hebben laten zien dat je daar in bent geïnteresseerd. Dat is niet handig, want als die data klopt bestaat er ook een meer dan gerede kans dat je dat product al kent.

Die domme televisie laat mensen kennis maken met concepten, producten en ideeën die ze nog niet kenden en waarvan ze op grond van hun data ook geen interesse voor zouden kunnen hebben. Een concept dat uitermate belangrijk is voor merken die willen groeien.

Nieuwe klanten interesseren voor je product is het fundament van groei. Het is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom, Coolblue, Zalando, Zoover, Weeronline, Booking, Marktplaats, Wehkamp, Bol.com, TriVaGo en Catawiki nou ja eigenlijk alle pure internet spelers die wat voorstellen groei zoeken met behulp van televisie reclame.

Aanvulling, 25 juni 2016. 


Een week na het verschijnen van dit artikel zei Pieter Zwart CEO van Coolblue in een interview met Ronald ter Voert van Emerce over de inzet van televisie het volgende,

"Jullie zijn erg actief met tv-commercials. Is het rendement zo goed?
“Ja, dat rekenen we allemaal uit. Het is duur, maar dat is online advertising ook. De vorige tv-campagne is ons zo goed bevallen dat we er dit jaar drie keer zo hard op inzetten. Onze naamsbekendheid is overall afgelopen jaar in elk geval al gestegen van 39 naar 72 procent.”


Opvallend in dit interview is niet zozeer de groei in naamsbekendheid die televisie bewerkstelligde maar de 39% bekendheid die Coolblue had bij aanvang van de televisie campagne. Het getal geeft goed weer dat het internet nog niet klaar is om alleen de marketingkar te trekken. Televisie is niet alleen belangrijk voor internet ondernemingen die willen groeien, maar voor alle ondernemingen die willen groeien.

zaterdag 18 juni 2016

Worden wat je bent is misschien wel de nieuwe marketing realiteit.

Je kunt de etalage best opleuken maar
iedereen kijkt tegenwoordig wel mee in je winkel
Of het nu door de toegenomen transparantie, veranderend klantgedrag of de komst van het internet is we weten het niet precies. Zoals zo vaak is het een opeenstapeling van losse op zichzelf staande onderdelen die maakt dat het speelveld om je heen in zijn geheel verandert. 

De zaken mooier voorspiegelen dan de werkelijkheid stuit steeds vaker op verzet bij klanten en een creatief, onderscheidend verhaal over je product lijkt niet meer toereikend. Je moet een spade dieper, je moet misschien wel worden wat je bent. Niet als marketing kunstje maar gewoon, echt. Geen storytelling, je bent de story. Geen relevante communicatie maar relevant zijn. Toegegeven, het klinkt misschien wat zweverig maar dat is het niet.

Al Ries en Jack Trout waren in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de eersten die met het boek Positioning: The Battle for Your Mind het idee van positioneren populair probeerden te maken. Een boek met impact dat in 2009 door lezers van het gezaghebbende blad AdAge werd verkozen tot beste marketing en media boek ooit. 


De essentie van het positioneren blijft, ondanks alle nieuwe vaak technologisch gedreven communicatie mogelijkheden, hetzelfde. Het verwerven van een unieke en onvervreembare positie in het brein van de klant en prospect.

Al Ries vatte het krachtig samen “Positioning is not what you do to the product; it’s what you do to the mind of the prospect".

Veel communicatie concepten zijn gebaseerd op het principe van zo aansprekend mogelijk vertellen hoe goed je product is. Niet vertellen wat jij wilt, maar vertellen wat de klant wil horen. Na een paar inspiratie- of brainstorm sessies heb je dat verhaal meestal wel aardig voor de bril. De communicatie consultant vraagt naar het DNA van het bedrijf, de USP’s van het product en maakt een analyse van de concurrentie. 


Na een week van conceptontwikkeling wordt dat vertaald naar een mooie story. Na de presentatie verlaat iedereen enthousiast de ruimte en vervolgt de weg die hij of zij de afgelopen tien jaar ook al bewandelde. Behalve de story verandert er helemaal niets.

Als ik je online niet kan vinden heb je dan iets te verbergen?

De afgelopen 50 jaar kon je met behulp van voldoende mediadruk elk gewenst beeld creëren. Die manier van werken lijkt steeds moeilijker te worden omdat je in feite een merkscherm om de werkelijkheid heen bouwt. Je boetseert een voor de klant gewenst beeld van de werkelijkheid. Omdat alles en iedereen tegenwoordig communiceert via WhatsApp, blogs, Youtube en de social media wordt het steeds moeilijker om zo’n merkscherm in tact te houden. 


Je kunt immers niet het gedrag van al je klanten, medewerkers en leveranciers orkestreren. In de praktijk wordt zo'n opgetrokken merkscherm dagelijks op zijn houdbaarheid getoetst. Klopt het allemaal wel wat er verteld wordt. Ben je wel zo aardig? Zit er wel kip in dat product en klopt die voorgespiegelde CO2 uitstoot wel? Vertellen dat je naar de klant luistert terwijl je je leveranciers pas na vier maanden betaalt. Dat gaat steeds meer wringen.

Dankzij het internet speuren klanten steeds vaker naar herkomst, solliciterende talenten naar de waarheid en leveranciers naar de moraliteit van je bedrijf. Factchecken is dankzij het internet met een paar klikken gepiept. Een slordig afgewikkelde servicevraag kan betekenen dat je een naar een baan zoekend toptalent net mis loopt. Je kunt je niet veroorloven om dat gegeven te negeren. Het doembeeld dat Dave Eggers schetste in zijn boek De cirkel is in de praktijk nog maar één gedachte van ons verwijderd en dat is akelig dichtbij. 

Als ik geen feiten over je bedrijf of merk kan vinden op het internet heb je dan iets te verbergen? De factoren die bepalen welke positie jouw merk heeft in het brein van je klanten komen steeds meer in handen van de medewerkers, de leveranciers, de klant en zijn directe omgeving. De marketing afdeling is daarom niet alleen productontwikkelaar en verhaalbedenker maar vooral ook regisseur. 

De nieuwe positionering werkelijkheid begint van binnenuit. 


Dat brengt met zich mee dat niet alleen de communicatie moet veranderen maar in voorkomende gevallen ook het bedrijf. Het werken, het denken en vooral het doen. Je moet worden wat je wilt zijn. Er bestaat geen eenduidige oplossing. De keuze voor het juiste marketingmedicijn lijkt steeds vaker op een wedstrijd wie de grootste heeft. 

Hoewel we in een tijdperk leven waarin voelen, engagement en het gesprek met de klant volop worden gepropageerd hebben de harde en koele mathematisch aangedreven getallen van het internet marketeers steeds vaker in een houdgreep. Inbound werkt niet beter dan outbound. Het gaat niet om een keuze voor offline of online. Niet om zenden of luisteren en ook een nieuw marketingbegrip als relevantie is vaak niet meer dan de waan van de dag.

Relevant is datgene wat echt belangrijk is. Relevant betekent hetzelfde als essentieel. Hoe kun je werkelijk relevant zijn in een land waarin iedereen alles al heeft en marketing alleen inspeelt op consumtisme. Verreweg de meeste marketeers werken voor bedrijven die, als ze morgen ophouden te bestaan, door niemand worden gemist. Niet relevant. 


Als bedrijf ben je relevant voor je medewerkers en leveranciers, die verdienen dankzij jou een boterham en betalen hun hypotheek. De oplossing begint van binnen uit. Worden wat je echt bent.

In de architectuur en industrieel design wordt vaak verwezen naar een gedachte concept dat wordt toegeschreven aan de Amerikaanse architect Louis Sullivan, form follows function. Een concept dat in de marketing ook wel eens op zou kunnen gaan. Als je de zaak van binnen op orde hebt volgt het pad dat de marketing moet volgen als vanzelf. 


Een nieuw gegeven. Immers de afgelopen vijftig jaar volstond het om de vijf jaar een ander communicatiebureau in de arm te nemen. Toevalligerwijze liep dat meestal parallel met de komst van een nieuwe marketing eindbaas. De verhalen werden afgestoft, door elkaar gehusseld, gerevitaliseerd en opnieuw in de etalage gezet. Klaar voor de volgende vijf jaar. 

Had je een aardig merk gebouwd, dan plakte je dat ook gewoon op een inferieur product, niemand die het door had. Die aanpak lijkt verleden tijd. De verteller van het verhaal is immers veel belangrijker geworden dan het verhaal zelf. 

Je kunt de etalage wel om de vijf jaar veranderen maar als iedereen voortdurend meekijkt in je winkel en andere dingen ziet dan je vertelt, ontstaat er toch echt een probleem. Als het gecreëerde beeld niet correspondeert met de werkelijkheid betekent dat het begin van het einde. 

First mover advantage

Dat einde voltrekt zich echt niet overnight. Morgen en ook overmorgen ziet de wereld er nog niet anders uit. Morgen kan Coca Cola nog steeds geld verdienen met suikerwater en overmorgen hebben banken, ondanks dat medewerkers wegens fraude achter de tralies belanden, nog steeds miljoenen klanten.


 Ondanks dat vertrouwen de core van hun business is. De lijst met ondernemingen die naar buiten toe een verhaal vertellen dat niet in overeenstemming is met de binnenkant, is eindeloos. Van mensen die elektrisch vervoer propageren en zelf in een Hummer rijden tot verkopers van een sportieve levensstijl die het zelf niet zo nauw nemen met voeding. Ook die bedrijven hebben morgen nog steeds klanten. 

Het zijn niet de snelle veranderingen waar je waakzaam voor moet zijn. Het zijn juist de langzame veranderingen. Veranderingen die bijna onzichtbaar om je heen gestaag jouw positie ten opzichte van die nieuwe concurrenten aanvreten. Die nieuwe concurrenten die de tijdgeest hebben opgenomen in hun DNA, die wel zijn wat ze vertellen.

Je staat op, kijkt uit raam en voelt dat je de boot hebt gemist.

Het zijn juist die langzame veranderingen die werken als een sluipmoordenaar, die er voor zorgen dat je op een ochtend opstaat en voelt dat je bedrijf de boot heeft gemist. Dat je niet op zat te letten. Dat je dacht dat het allemaal over zou waaien. Bedrijven die het eerst veranderingen herkennen en er wel iets mee doen hebben niet alleen het first mover advantage, ze hebben ook ruimte en tijd om veranderingen door te voeren.

Als je eenmaal geworden bent wat je wilt zijn hoef je geen verhalen meer te bedenken. Dan ben je het verhaal. De binnenkant is volkomen in overeenstemming met de buitenkant. Dat geeft ruimte voor continuïteit in marketing omdat het allemaal vanzelfsprekend is. 


Het zet je onderneming op de eerste rij bij het werven van talent. Nieuwe medewerkers weten dankzij Google immers vaak al meer van je bedrijf dan de HR manager. Je krijgt een gemotiveerde club met medewerkers die precies begrijpen waar het bedrijf naar toe werkt. En je hoeft niet elke paar jaar een andere marketing manager aan te stellen om een nieuw verhaaltje te verzinnen. 

Als je tot hier hebt gelezen vind je dit artikel vast ook interessant.

-Positionering anno 2016 moet naar buiten toe kloppen maar vooral ook steeds meer overeenstemmen met de binnenkant van de organisatie

-Sterke merken met een heldere positionering converteren honderden keren beter dan onbekende producten.

maandag 13 juni 2016

Online warenhuizen op zoek naar winst verleggen de koers.

We zijn de afgelopen tien jaar verwend. We krijgen bestellingen die we via het internet hebben geplaatst gratis thuisbezorgd. 

Welke gek heeft zoiets bedacht zou je kunnen denken. Je krijgt niet alleen alles gratis thuis bezorgd, als het je niet bevalt mag je het ook gewoon weer terug sturen.

Dat terugsturen van producten is een groeiend probleem omdat het controleren van teruggestuurde producten mensenwerk blijft. Elk teruggestuurd product moet door mensen worden gecontroleerd, geteld, zonodig opnieuw worden ingepakt en opnieuw in het proces worden gebracht plus de nodige communicatie.

Als iemand een broek terugstuurt moet je wel echt even kijken of dat niet toevallig één of andere oude broek is. Zo komt het dat de afhandeling van een teruggestuurd product gemiddeld tien euro kost, dat hakt natuurlijk aardig in de marge.

Een bedrijf als Wehkamp dat zegt 30 tot 40 procent van de aankopen teruggestuurd te krijgen, zit op het gemiddelde. Damesmode wat meer, elektronica wat minder. Met modematen weet je het ook niet helemaal zeker dus worden in veel gevallen meerdere stuks besteld. Webshops doen dit niet alleen om klanten te lokken het is simpelweg wettelijk geregeld dat een klant veertien dagen bedenktijd heeft.

Gratis thuisbezorgen is in tien jaar tijd de belangrijkste businessdriver geworden van de online retail industrie.

Recent Amerikaans onderzoek is op dit punt aardig helder, “Online retailers not offering free shipping may want to reconsider their delivery options. According to the Walker Sands Future of Retail 2016 study, nine out of 10 of the survey participants said free shipping was the No. 1 incentive when asked what would make them shop online more often”.

In de prijs zit geen muziek meer dus moet alles moet in hoog tempo kostenefficiënter. Het werkelijke strijdtoneel heeft zich daarom steeds meer naar de achterkant verplaatst. Opslag, distributie, bezorgen en het verwerken van teruggestuurde producten. Eigenlijk lijken online retailers aan de achterkant van het internet proces op collega’s van de gewone stenen winkels. Spullen worden ingekocht, opgeslagen en gedistribueerd.

Nou ja een beetje anders wel natuurlijk. Bij de fysieke retail worden vanuit de distributiecentra winkels beleverd in plaats van klanten en bij de fysieke winkels komt maar een fractie terug van wat er verkocht is.

Om logistiek te kunnen concurreren bouwde Wehkamp voor ca. 100 miljoen euro het meest moderne distributie centrum van Europa, Coolblue zegt net als Bol. com te werken aan de bouw van nieuwe distributiecentra. Eigenlijk investeren inmiddels alle online retailers groot geld in geautomatiseerde pakhuizen om het proces van verzenden en ontvangen zo efficiënt mogelijk in te richten.

Ongeveer tien procent van de webshops is winstgevend wordt geroepen. Dat percentage is vermoedelijk ontstaan door het bellenblazen van thuiswinkel.org, de beroepsorganisatie van webwinkeliers die elke KvK inschrijving meetelt. Volgens hun "conservatieve" schattingen zijn er dan ca. 50.000 webwinkels. 


Als je zou kijken naar de serieuze initiatieven en dan naar de winstgevendheid is dat percentage waarschijnlijk vele malen hoger. Misschien wel de helft. Tegelijk moet je dan ook gewoon vaststellen dat het absolute aantal serieuze online initiatieven waarschijnlijk maar een fractie is van wat er wordt geroepen.

Elke zolderkamer artiest kan een webshop beginnen. Een aardig onderzoek dat werd gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden gaf een leuk inkijkje in de wereld van de webshops. Zo zijn er in de drie noordelijke provincies alleen al 83 webwinkels die wijn verkopen, 138 die schoenen verhandelen en 239 die dildo’s aanbieden. Tik ik in Google in webshop mosterd & olijfolie dan krijg ik al 21.000 resultaten. Allemaal onzin waar niet of nauwelijks iets mee wordt verdiend.

Webshops die producten verhandelen die moeilijk verkrijgbaar zijn, bijzondere producten of producten die door winkeliers niet of nauwelijks op voorraad kunnen worden gehouden kunnen geld verdienen en voorzien in een behoefte. Net zoals de opkomst van het in de winkel bekijken en online kopen en andersom. Dit weekend werd ik nog door Nike in de winkel goed geholpen. De maat was niet op voorraad, samen met de verkoper even opgezocht in de online winkel en besteld. Online blijkt uitstekend samen te gaan met fysiek.

Anders wordt het wanneer je online producten gaat verkopen die je overal kunt krijgen. Zoals die koelkast of vaatwasmachine van Bosch, de televisie van Samsung, een GoPro, die stofzuiger van Miele, de boormachine of broodrooster. Het maakt niet uit waar je zo’n product koopt de kwaliteit is overal hetzelfde. 


Je kunt het online dankzij Google niet winnen op prijs en mensen in je webshop lokken met een klein prijsje om ze daarna met drie aankopen die wel marge brengen de winkel uit te zien lopen is online niet mogelijk. Mensen kopen toch voornamelijk gericht.

Pure players hebben eigenlijk de slag om de markt al verloren voordat die goed en wel op gang is gekomen. Als je iets scherper kijkt zie je dat Amazon zijn geld niet verdiend met retail maar met webservices, "Amazon’s Cloud Business Lifts Its Profit to a Record", abonnementen en entertainment. 

Amazon probeert al acht jaar zonder succes een positie te verwerven in het supermark kanaal. Acht jaar zwoegen leverde nog niet één procent marktaandeel op. Bezos verandert nu van strategie en zegt “We’re definitely going to open additional stores, how many we don’t know yet.”

Zalando gelooft er ook niet meer in en wil niet meer een online mode retailer zijn maar een faciliterend logistiek platform worden voor modewinkels en ook de groei van Bol.com moet niet meer uit de retail komen, Bol.com stelt zich net als Alibaba open als handelsplatform voor derden en zoekt daar naar mogelijkheden om alsnog wat geld te verdienen. 


Net als E-bay al deed en in Nederland Marktplaats. Coolblue zegt geld te verdienen en dat geloof ik maar de marges zijn gewoon te krap om de enorme investeringen in de toekomst te rechtvaardigen. Voor het uitbetalen van dividenden was er immers geen eigen vermogen beschikbaar.

Je mag ervan uitgaan dat het verkopen van aandelen Coolblue aan investeerder HAL geen luxe is, als je vanzelf vliegt geef je het stuur echt niet uit handen. HAL zal ongetwijfeld koersen op een beursgang van Coolblue om wat geld te verdienen. De vraag is nu hoelang het nog duurt voordat we definitief kunnen vaststellen dat online warenhuizen een mislukt project zijn.

Het belangrijkste wat online retailers zeggen toe te voegen is gemak.

Als ik Samsung tv intik krijg ik dankzij Google Shopping direct acht aanbiedingen. Allemaal vanuit mijn luie stoel. Google maakt zoeken en vinden tot een koud kunstje en is daarmee defacto al een online warenhuis. Niet alleen zoeken en vinden maar ook het vergelijken van prijs kost geen enkele moeite. Wat een online warenhuis daar aan toevoegt is moeilijk te zeggen.

Ik legde dit probleem tijdens mijn bezoek aan Pieter Zwart van Coolblue aan hem voor. Hij beaamde dat maar vertelde dat Google niet thuisbezorgt. Nog niet, is denk ik een betere omschrijving Google is met Google Expres in Amerika aan het experimenteren met thuisbezorgen. Als dat goed uitpakt is er geen houden aan.

Online warenhuizen zorgen voor gemak, dat je de bestelling prima thuisbezorgd krijgt. Daar zou dus waarde kunnen worden toegevoegd, perfect thuisbezorgen, instaleren en garanderen dat het werkt. Maar juist voor die diensten hoeft de klant niets betalen. Afleveren en terugsturen is immers gratis. Pure players experimenteren nu met zelf thuisbezorgen. Dat kan natuurlijk.

Misschien stel ik het wel een beetje te simpel voor maar er is een partij die dit hele proces al vrij goed op orde heeft. PostNL heeft ongeveer 70% van de markt en bezorgt op jaarbasis ergens rond de 140 miljoen pakketjes. Je zou dus kunnen zeggen dat ze dat aardig onder de knie moeten hebben. Een paar honderd jaar ervaring, miljarden aan investeringen samen met die 140 miljoen thuisbezorg ervaringen per jaar zal toch wel iets betekenen?

Klanten bestellen ongeveer tien keer per jaar iets online. Misschien twee of drie keer in dezelfde shop. Met bezorgen bouw je geen klantrelatie op. In veel gevallen is het niet eens de klant die het pakketje aanneemt maar de buurman of buurvrouw. Natuurlijk uitgezonderd een koelkast of een vaatwasser maar hoe vaak heb je dan contact met die klant één keer in de vijf of tien jaar? 


Mensen hebben geen relatie met TNT, DHL of PostNL en bezorgen kun je eigenlijk alleen maar verkeerd doen. Zeker wanneer je het zelf doet, in dat geval straalt elke misser ook nog eens direct af op jouw performance. Dat zie je onmiddellijk terug in je referenties.

De slag om de prijs is mislukt. Het internet met name Google maakt elke prijsvorming transparant. Online retailers kiezen nu voor gemak, maar wat heeft het investeren in gemak voor zin als de klant er niet voor wil betalen.

Goed beschouwd investeren online retailers nu honderden miljoenen in het vervolmaken van services waarvoor ze niets in rekening kunnen brengen. Een doodlopende straat. Je zou misschien voorzichtig kunnen stellen dat de pure internet retailers het servies volledig uit de handen hebben laten vallen.

woensdag 8 juni 2016

Twintig jaar internet veranderde niets aan het marktaandeel van de boekhandel.

De
Afgelopen week kwamen de laatste cijfers naar buiten van de boekenverkopen. Het Financieel Dagblad schreef daar het volgende over. 

“Na een daling van het aantal verkochte boeken de laatste zes jaar bleef de boekenverkoop in 2015 op peil. Dat blijkt uit de Boekenbarometer die distributeur CB - voorheen Centraal Boekhuis - maandag heeft gepubliceerd.

Ruim vier van de vijf boeken wordt gekocht in de fysieke boekhandel en de rest bij één van 148 internetverkopers van boeken. Van het totaal bestaat 7% uit digitale boeken, waarbij opvalt dat deze e-books steeds lager worden geprijsd. Het fysieke boek is de laatste jaren juist duurder geworden.

Toch krijgen de 1354 fysieke boekhandels die CB turft het wel lastiger. De verkoop van zowel digitale boeken als die van fysieke boeken via internet groeit gestaag. Dat gaat ten koste van de boekhandelaar die bijna een miljoen minder boeken verkocht”

Niet alleen het Financieel Dagblad, Marketingonline en Emerce schreven er over, vrijwel alles en iedereen gaf aandacht aan de boeken barometer. Waarom zou ik er dan nog een plas over doen kun je je afvragen.

Ik mis in de berichtgeving iets van duiding. 


We zijn nu een jaar of twintig onderweg met het internet en algemeen werd aangenomen dat boeken en boekhandelaren zouden verdwijnen. Na twintig jaar internet wordt tachtig procent van alle boeken nog steeds verkocht via de traditionele boekhandel. 


Is er werkelijk iets veranderd?

Terwijl iedereen de blik vestigde op de als traditioneel geframede boekhandel werden niet zij het "slachtoffer" van het internet maar de boekenclubs. In 1995, vóór de opmars van het internet, telde boekenclub ECI alleen al 1,8 miljoen leden. Daarmee had ECI ongeveer 20 procent van de markt in handen schreef het NRC in 2008. 


Het was de tijd dat uitgever Bertelsmann wereldwijd boekenclubs bezat met meer dan 28 miljoen leden en ruim 600 clubwinkels. 

ECI verdween in 2014, het bedrijf maakte weliswaar een doorstart als online boekwinkel maar leeft verder in de marge. ECI was niet de enige boekenclub, je had de Nederlandse Boekenclub (NBC) die al bestond voor de Tweede Wereldoorlog. De Muiderkring, de Nederlandse Lezers Kring, Boek en Plaat en nog wel wat meer. Gezamenlijk hadden ze op hun hoogtepunt een marktaandeel dat de 25% met gemak overschreed.

In een periode van twintig jaar e-commerce verschoof het marktaandeel van traditionele boekhandel dus niet of nauwelijks. Het is meer waarschijnlijk dat het marktaandeel van de traditionele boekhandel de afgelopen jaren groeide in plaats van de zo vaak aangekondigde krimp. Inmiddels lijkt overigens ook de groei van het e-book te stagneren zo groeide de verkopen in 2014 nog 22% en in 2015 15%


De conclusie dat het internet alleen de rol van boekenclubs overnam is misschien wat te kort door de bocht. Maar dat het internet ervoor zou zorgen dat de boekhandel en het papieren boek zou verdwijnen was misschien ook wel iets voorbarig.