zondag 28 april 2013

Coolminds Group neemt het online coaching programma Youplus over van zorgverzekeraar Menzis.

De Coolminds Group uit Leeuwarden neemt het online coaching programma Youplus over van Zorgverzekeraar Menzis. De Coolminds Group heeft veel ervaring met het ontwikkelen en onderhouden van programma’s op het gebied van zelfmanagement, online gedragsverandering en e-coaching. De groep ontwikkelde ondermeer programma’s voor Stivoro, VUmc, Slachtofferhulp en het Trimbos Instituut. Daarbij ging het veelal om zelfmanagement projecten als stoppen met roken, minder drinken, hulp bij depressiviteit en dementie maar ook programma's voor online hulp bij stress op je werk. Voor GGZ InGeest ontwikkelde de groep het platform voor online zelfmoordpreventie onder de naam 113 online. Dit platform biedt mensen die suïcidaal zijn ondermeer online hulp in crisis situaties. Met de overname van Youplus vergroot de groep haar mogelijkheden op het gebied van e-health, online ziekte preventie en vitaliteit en voegt het specialistische kennis toe op het gebied van zelfmanagement. Omdat het derde kwartaal van het businessprogramma RTL-Z in het teken staat van e-health nodigde RTL-Z de Coolminds Group uit voor een toelichting. 




P&O en HRM afdelingen hebben met Youplus voor het eerst een uniek en compleet programma om actief aan de slag te gaan met individuele vitaliteit vraagstukken van de werknemerYouplus is een online coaching programma, dat medewerkers via de computer, tablet of App stap voor stap begeleidt op weg naar het realiseren van hun vitaliteitsdoelen. Youplus coached op belangrijke thema’s als; Verbeteren van je energie, Voeding en gewicht, Alcohol, Roken, Bewegen, Slapen, Nek en schouder en balans tussen werken en privé. Medewerkers kunnen anoniem zelf aan de slag met het verbeteren van hun vitaliteit. Via een on-line scan biedt Youplus deelnemers direct inzicht hoe vitaal ze zijn en wordt indien nodig één van de acht thema’s aanbevolen. Daarmee verandert de rol van de P&O of HRM afdeling. Zij hoeven immers niet zelf vast te stellen met welk programma de werknemer geholpen kan worden ze bieden eenvoudigweg Youplus aan. Nadat het thema is vastgesteld kan er in kleine stapjes worden gewerkt aan het behalen van zelf vastgestelde doelen. Daarbij motiveert Youplus de deelnemer met behulp van tips, punten, herinneringen en adviezen. Voor elk gerealiseerd doel krijgt de deelnemer punten. De verworven punten kunnen worden verzilverd in een speciaal daarvoor ingerichte webshop. De webshop kan samen met het deelnemende bedrijf op maat worden ingericht met relevante producten op die manier kan de werkgever actief bijdragen aan het resultaat. 

Youplus is gebaseerd op nieuwe wetenschappelijke inzichten met betrekking tot het verbeteren van vitaliteit. Het programma is ontwikkeld in nauwe samenwerking met internationaal leidende instituten, een leidende zorgverzekeraar en een team van specialisten en artsen. De verschillende bouwstenen waaruit het programma bestaat zijn stuk voor stuk gevalideerd. Het programma maakt gebruik van de meest recente ontwikkelingen op het gebied van zelfmanagement, gedragsverandering en e-coaching. 

Youplus helpt afdelingen P&O en HRM
bij het realiseren van vitaliteitsdoelen.
Uit ervaringscijfers blijkt dat bij goed gebruik van Youplus de productiviteit tot wel 5% kan stijgen en het verzuim met 15% kan dalen. Uit de meest recente vitaliteit peiling georganiseerd door zorgverzekeraar CZ blijkt dat een grote meerderheid van de werknemers (81%) en werkgevers (83%) vindt dat vitaliteit een belangrijke rol moet spelen binnen het bedrijf. Als reden hiervoor geven ze aan dat het een positieve werkhouding bevordert (80%) en ziekteverzuim vermindert (70%). Onderzoek verricht door de De Hay Group toonde aan dat bedrijven die flexibel zijn en ook nu rekening blijven houden met de balans tussen werk en privé beter scoren op het vinden van talent. In een onderzoek dat CapGemini verrichte in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken werd duidelijk dat werkgevers fors profiteren als ze investeren in een betere gezondheid van hun personeel. Een daling van het ziekteverzuim met 1 procent scheelt alle bedrijven samen jaarlijks 2,6 miljard euro aan kosten. Per werknemer komt dat neer op circa 400 euro per jaar. Gezonde werknemers zorgen bovendien voor een hogere productiviteit. Een toename hiervan met 1 procent door duurzaam werken is goed voor 6 miljard euro extra per jaar. Voor een bedrijf met 100 werknemers staat dat gelijk aan een jaarlijkse omzetstijging van 95.000 euro. De cijfers spreken voor zich. Werkgevers en werknemers zijn zich terdege bewust van het toenemende belang van ziekte preventie en vitaliteit. Er was echter een gebrek aan een goede oplossing die P&O en HRM afdelingen ondersteunt om actief aan de slag te gaan met de individuele werknemer. Youplus wil daar verandering in brengen



woensdag 17 april 2013

De klant centraal stellen is dat wel een goed idee?


Misschien is herinvoering
van de ideeënbus wel een
eerste goede stap
Je kunt er niet omheen het wordt van de daken geschreeuwd we moeten luisteren naar de klant. Co-creatie en the wisdom of the crowd zijn bijkans de heilige graal. Ik vraag het me af. Nederland beweegt de laatste jaren van crisis naar crisis op golven van co-creatie en the wisdom of the crowd. Sinds een jaar of tien zo rond de opkomst van Fortuyn wordt er in de bv. Nederland scherp geluisterd naar wat het volk, de klant, wil en het resultaat zien we dagelijks aan ons voorbij trekken. Richtingloos dingen de politici naar de gunsten van de kiezer in de hoop daarmee hun partij een aantal zetels te kunnen laten groeien. Ze luisteren naar de burger en als die zegt we moeten rechts dan rennen we rechts. Per saldo schieten we er niks mee op en raken we het vertrouwen in de bv. Nederland kwijt. Ik vraag me af of the crowd, de gloeilamp, het wiel of de koelkast hadden kunnen bedenken. De klant centraal stellen is modieus. Banken, energiebedrijven, telco’s, verzekeraars en tal van andere grote en ook kleinere bedrijven hoor ik voortdurend zeggen dat de klant centraal staat in hun denken en hun doen. Bij banken hebben we gezien wat er gebeurt wanneer de klant centraal wordt gesteld. De klant wilde een hypotheek gebaseerd op negen keer zijn brutoloon en de klant wilde een spaarproduct dat hem tien keer de inleg garandeerde. Natuurlijk zeggen we met de wijsheid achteraf dat de banken dit allemaal voor ons bedacht hebben. Dat klopt, maar ze luisterden vooral goed naar wat hun klanten wilden. De klant heeft natuurlijk ideeën hoe de dienstverlening van een zorgverzekeraar of een energiebedrijf eruit zou moeten zien, maar aan het eind van het jaar stapt diezelfde klant over naar een andere partij omdat die een paar euro per maand goedkoper is. Toegegeven het zijn makkelijke voorbeelden, toch is er alle reden om niet als een blinde achter de klant aan te rennen. De klant heeft immers geen idee hoe jouw onderneming in elkaar steekt en is niet verantwoordelijk voor het betalen van de salarissen. De klant wil het altijd het beste product en de hoogste service tegen de laagste kosten. En of dat nog niet genoeg is wil de klant de zekerheid dat wat is afgesproken altijd vlekkeloos wordt nagekomen. De klant stelt eigenlijk onmogelijke eisen. Natuurlijk zijn er positieve cases, die worden vaak uitvergroot via de sociale media, meestal zonder een zinnige onderbouwing van kosten versus baten.

In tijden van crisis staat de klant altijd centraal. Bedrijven willen vooral de kortst mogelijke route naar de kassa, de klant dus. Gratis, korting en actie domineren de communicatie. Investeren in het merk staat wat minder op de voorgrond. Merken worden nu eenmaal opgebouwd in tijden van voorspoed wanneer de kassa’s goed gevuld zijn en uitgehold in tijden van crisis. De kortst mogelijke route naar de klant leidt steeds vaker via het internet. Shoppen via het internet is echt geen uitvinding van de klant, het is een zakelijk idee gebaseerd op handel drijven tegen de laagst mogelijke kosten. De eerste internet ondernemingen hebben daar aardig van geprofiteerd. Ze waren in staat om op de golven van vernieuwing tegen relatief lage kosten hun merk te vestigen. Voor nieuwe toetreders gelden nu alweer nieuwe wetten. De komende jaren zullen we zien dat het vestigen van een succesvolle internet onderneming net zo veel of misschien wel meer zal kosten dan het succesvol openen van een stenen winkel. De voorspelde leegstand zal niet leidden tot sloop van alle winkels maar wel tot substantieel lagere huurprijzen waardoor het vestigen van een nieuwe winkel enorm veel goedkoper gaat worden. Maar volgens de klant moeten we nu op het internet aanwezig zijn anders zijn we er straks helemaal niet meer. 

Het is nu de tijd van de prijsbeukers en tegen die achtergrond word de klant centraal gesteld. Ik vraag me dus af of dit wel zo’n goed idee is. In vrijwel alle sectoren begint het nu onderhuids te wringen op de arbeidsmarkt. De komende jaren zal de concurrentieslag zich daarom niet afspelen rondom de klant maar rondom talent. Succesvolle ondernemingen drijven op talent. Goede mensen maken uiteindelijk het verschil. Ondernemingen die zich dit realiseren en hun business model zo aanpassen dat een instroom van talent is gegarandeerd hebben daarom de meeste kansen. Het lijken vooralsnog verschillende werelden, aan de voorkant vertel je alles wat maar nodig is om de klant te pleasen en aan de achterkant ontwikkel je een boodschap die aantrekkelijk moet zijn voor de instroom van talent. Daar ontstaat een weeffout, de transparantie die het internet met zich meebrengt geeft feilloos inzicht of het een onderneming menens is of dat het gaat om storytelling. De toekomst draait om het vinden en binden van talent. Talent is in staat om nieuwe business modellen te ontwikkelen en talent is in staat om een onderneming zó vorm te geven dat er duurzaam geld kan worden verdiend. Natuurlijk kan het geen kwaad om zo nu en dan je oor te luister te leggen bij je klanten maar als er dan toch echt geluisterd moet worden luister dan vooral naar het talent dat jouw organisatie door en door kent. Misschien is de herinvoering van de vertrouwde ideeënbus wel een eerste goede eerste stap. 

dinsdag 2 april 2013

Gratis, de consument maar ook steeds meer bedrijven zijn er verslaafd aan geraakt.

Het aangaan van zakelijke relaties via het internet draait steeds vaker om content, storytelling en engagement. Zo maken we contact met elkaar via social media platformen, schrijven blogs en delen waardevolle informatie via Twitter en Linkedin, allemaal gratis. Het internet is vergeven van gratis platformen, ideeën, tips, stappenplannen en white papers. Kennis wordt via engagement patronen weggegeven in ruil voor verbindingen. Het weggeven van kennis of toegang tot kennis moet daarbij uiteindelijk leidden naar een betaalde variant van kennis delen. De waarde van advies en informatie is met de opkomst van het wereldwijde internet sterk aan inflatie onderhevig. Gratis, de consument maar ook steeds meer bedrijven zijn er verslaafd aan geraakt. De waarde van gratis in de zakelijke dienstverlening kent een vreemde wetmatigheid. Bij de inventarisatie van een probleem is de waarde van gratis hoog. Hele marketing afdelingen laven zich aan de gratis informatie om zo richting te geven aan strategie, planning of innovatie. Bij de executie van de oplossing is de prijs van gratis plotseling negatief. Dat is het moment dat kwaliteit van kennis en informatie wel zijn prijs heeft. De aanbieders van gratis hebben zich dan al uit de markt geprijsd. Gratis heeft voor die aanbieders een hoge prijs. 

Je ziet deze ontwikkeling ook bij de vercommercialisering van internet diensten. Niet een geweldige innovatie maar gratis is de succesformule op het internet. We zijn bedwelmd geraakt van de getallen. Facebook passeerde onlangs de grens van 1 miljard gebruikers en we waren allemaal onder de indruk. De vraag is of de getallen werkelijk zo indrukwekkend zijn of dat het komt het omdat we er nog niet aan gewend zijn. Binnen afzienbare termijn zal het internet wereldwijd 5 miljard gebruikers kennen die allemaal profiteren van een snelle toegang tot informatie. Met één druk op een knop kunnen we gebruik maken van gratis diensten. Dat doen we dan ook massaal en dat is eigenlijk helemaal niet zo vreemd. In de nabije toekomst zijn er diensten denkbaar met vele miljarden gebruikers en zullen we dat heel gewoon gaan vinden. Whats App heeft geen geweldig concept WhatspApp is gratis sms en moet nu nadenken over betaalde varianten. Uitgevers werken vooral met gratis apps. Wanneer we 0.25 eurocent per dag voor hun informatie via een app zouden moeten betalen dan verdwijnen diezelfde apps onmiddellijk van het scherm. Zo kun je makkelijk een lijst maken van diensten die gratis zijn en zoeken naar een verdienmodel. Steevast zijn de oplossingen hetzelfde, advertenties. Adverteerders zijn nog steeds het enige echte smeermiddel van alle massamedia inclusief het internet. Ogenschijnlijk sexy internet bedrijven als Google, Facebook en YouTube zijn feitelijk advertentieverkopers verkleed in een technologie jasje. Twitter, WhatsApp, Pinterest, Instagram en alle andere platformen willen allemaal zo snel mogelijk advertentieverkopers worden. Ze zeggen op zoek te zijn naar verdienmodellen maar bedoelen te zeggen dat ze op zoek zijn naar manieren om adverteerders aan te trekken en toch hun klanten te behouden. Niet eenvoudig immers diezelfde klant keert zich steeds meer af van de traditionele interruptie marketing.

“If You're Not Paying for It; You're the Product” is een veel te mooie voorstelling van zaken, ik zou bijna willen zeggen was het maar zo. De kreet lijkt een belofte in zich te hebben. De belofte dat bedrijven iets met je willen omdat ze je kennen. Ik heb de afgelopen jaren een hele duidelijke digitale footprint achtergelaten op het internet. Als ik de aanbiedingen zie die bijvoorbeeld Facebook mij voorschotelt dan hebben die vooralsnog niets te maken met slim gebruik maken van data. Op maat gesneden aanbiedingen op basis van mijn interesses zou ik allerminst vervelend vinden. Voorlopig gaat het heel alleen om massa en bereik. De wet van de grote getallen. De sexy internetbedrijven doen niet heel veel anders dan de Nigeriaanse spammer die promillen resultaat boeken op tientallen miljoenen verzonden berichten. Met hun enorme aantallen deelnemers hebben de social media platformen voldoende bereik om aantrekkelijke roi’s te maken voor adverteerders. Wanneer de bekende social media platformen geld gaan vragen voor het gebruik zouden ze van de ene op de dag worden weggevaagd. Daarmee onderscheidden ze zich niet van de traditionele offline media waar we online geen 0.25 cent per dag voor willen betalen. We zijn eenvoudigweg verslaafd geraakt aan gratis. 

Als je dit een leuk artikel vindt dan is dit misschien ook lezenswaardig. 
Je leest het steeds vaker, bedrijven moeten meer gaan denken als een uitgever. Maar is dat wel zo?

maandag 25 maart 2013

De Interactieve krant.

 150 telefoontjes en 400 mailtjes


Een paar weken geleden had ik een foto gepost op Twitter van een merkwaardig stuk gereedschap. Het rolde uit de lade van de werkbank van mijn vader. Onderdeel van de nalatenschap zeg maar. Hoewel ik een redelijk idee had waar je het stuk gereedschap voor zou kunnen gebruiken poste ik ook een foto op Twitter. Je kent het wel zo’n #durftevragen post. Foto erbij en dan eens kijken hoeveel mensen iets zinnigs zouden kunnen zeggen over de werking en mogelijke toepassing van dit stuk gereedschap. Als verwacht kreeg ik reacties, een stuk of twintig. Goede reacties en natuurlijk grappen. #Durftevragen wordt goed gelezen en ik heb aardig wat volgers op Twitter. Niet iedereen weet wat je met zo'n stuk gereedschap moet dus ik vond twintig reacties met daarbij het goede antwoord direct in je mobiel prima. De foto werd ook opgemerkt door een redacteur van de Leeuwarder Courant. Hij vond het een leuk onderwerp voor de rubriek van de Leeuwarder Courant waarin lezers worden opgeroepen een reactie te geven over de herkomst van een apparaat, gereedschap of werktuig. Een soort ofline durftevragen. Hij vroeg toestemming om de foto te plaatsen. Ik zag er geen bezwaar in dus mailde ik hem het bestand. Ik had er verder niet over nagedacht dat mijn naam in de rubriek zou worden genoemd. Enfin. Dat was dus wel zo. Zo kwam het dat ik ’s avonds om half elf door een volstrekt vreemde werd gebeld met het goede antwoord en er rolde zomaar een antwoord binnen via mijn Facebook messenger. Beide personen hadden me gegoogeld en zo het contact gelegd. Een bijzondere naam heeft zo zijn voor- en zijn nadelen. Dat was voor mij in ieder geval een helder signaal dat de foto was geplaatst vergezeld van mijn naam. De volgende dag belde mijn broer. Hij was gebeld door een oude vriend die zich afvroeg waarom ik hem de vraag niet had gesteld, hij wist immers waar het stuk gereedschap voor bedoeld was. Tsja, dat had natuurlijk ook gekund. Een dag daarna ontving ik een mention van @lindazeg de coördinator internet van @lc_nl. De krant had 150 telefoontjes gehad en ruim 400 mailtjes. Best veel. Met de interactiviteit van de krant is dus het nog niet zo slecht gesteld. En ja er zaten voldoende goede antwoorden tussen. 

dinsdag 12 maart 2013

Social media in een stad zonder water.

Water is van levensbelang. Wanneer een stad als Leeuwarden met ca 90.000 inwoners zonder water komt te zitten is er een groot probleem. Zeg maar rustig een calamiteit. Gisteravond was het raak er kwam geen water meer uit de kraan, dus snel even gebeld met Vitens om te vragen wat er aan de hand was. Geen contact want de lijnen waren overbelast. Dat schept wel een soort van duidelijkheid immers als iedereen belt is er kennelijk een probleem bij Vitens en niet bij mij in de kelder. Het kan en mag natuurlijk niet, want juist bij een calamiteit moet je bereikbaar zijn. Zeker wanneer het om zoiets belangrijks gaat als de drinkwatervoorziening. Natuurlijk raadpleeg je in 2013 vervolgens de social media. Via een simpele #dtv weet je binnen een minuut dat de stad zonder water zit. Daarna val ik van de ene in de andere verbazing. De storing is al ruim anderhalf uur gaande als ik op aandringen van het officiële @vitens twitter account het officiële @vitensstoringen twitter account raadpleeg. Kennelijk de plek waar storingen van Vitens worden gecommuniceerd. Geen melding. De website van Vitens gaf aan dat storingen gemeld konden worden via @vitensstoringen tussen 7.00 uur en 19.00 uur en ja dat is het al geweest. Water storingen moet je kennelijk ’s nachts zelf verhelpen. Voor de rest geen enkele verwijzing naar de 90.000 mensen in Leeuwarden die zonder water zitten. Goed dan maar even het officiële politie Friesland twitter account @politie_frl2 raadplegen. Wel een beetje een vreemde account naam maar goed dat zal wel iets met geld te maken hebben. De laatste tweet op dat officiële politie account is een jaar oud en meld dat de Elfstedentocht niet doorgaat, die van 2012. Overigens staat er de officiële twitter account wat een beetje verraadt dat er een hobbyist aan het werk is geweest. Niet voor één gat te vangen ga ik even naar het officiële account van de gemeente Leeuwarden. Dat helpt er staat in ieder geval een tweet over het onderwerp. “#waterstoring Leeuwarden? We zoeken het uit”. Met andere woorden de gemeente Leeuwarden heeft geen idee waarom er bij mij en al die andere 90.000 inwoners geen water uit de kraan komt. Grappige tweet ook met zo’n hashtag. Gelukkig is Sebastien Kraaijeveld op het account @woordvVitensSK actief. Wel een beetje vreemd voor een organisatie die in Nederland 5.4 miljoen mensen van water voorziet en die zegt het grootste drinkwater bedrijf van Nederland te zijn. Dat is immers niet gering dus is het voor mij een raadsel waarom een woordvoerder van een organisatie die zo belangrijk is op een persoonlijk account twittert. De communicatie over onze watervoorziening lijkt mij toch niet iets om slordig mee om te springen. We hebben dus een woordvoerder die op zijn eigen account twittert, een officieel politie Friesland twitter account dat al een jaar niet wordt gebruikt en een gemeente die niet voorbereid is op communicatie via het internet. Op de een of andere manier ben ik niet eens verbaasd.

Naschrift.

Ik plaatste deze blog gisteravond 12 maart 2013. De blog was ook de politie niet ontgaan. Een van de mannen achter het account @polfryslan vertelde mij in een tweet dat zij het officiële politie Friesland account bemanden. Zij vonden de "sneer"die ik uitdeelde in mijn blog aan het adres van de politie onterecht maar hadden gelukkig inmiddels al genoeg eelt op hun ziel. Eigenlijk verbaasde die reactie mij wel. Ik had via google het politie account @politie_frl2 gevonden. Dat was geen grote zoektocht want het was zo'n beetje het eerste politie account dat Google mij voorschotelde. Ik googelde namelijk; officieel politie twitter account Friesland. In de bio van het door google gevonden account staat; "dit is de officiële twitter account van de politie Fryslan. Het account telde bovendien 6712 volgers dat leek mij dus wel goed. Alleen het woordje de had mij aan het twijfelen moeten brengen. Bovendien heb ik geen interesse om een sneer uit te delen. Ik snap echt wel dat de prioriteit van de politie niet op een twitter account liggen. Maar als er dan door de politie getwitterd wordt lijkt het mij wel belangrijk dat het allemaal klopt. Het twitter account dat kennelijk nu wel officieel is draagt de naam  @polfryslan. In de bio staan de namen van 11 personen. Waarschijnlijk agenten of woordvoerders dat is niet duidelijk. De bio omschrijft verder niets, dus als ik het account al had gevonden, dan had ik niet geloofd dat dit het officiële politie account van Friesland zou zijn. Tegenwoordig heeft immers bijna elke wijkagent een twitter account. Naar aanleiding van de opmerkingen ben ik nog eens verder gaan googelen en vond de twittergids met een top honderd van politie twitter accounts. Allemaal even fraai. Of nog beter de meldkamer van de politie Fryslan die in een persbericht vertelt dat ze gaan twitteren, als ik echter klik op de url krijg ik "sorry deze pagina bestaat niet in beeld".  Ik ben daarna opgehouden met verder zoeken. De politie reageert voorspelbaar op mijn blog. Zij hadden het goed gedaan, ik had gewoon niet goed gezocht. Zo werkt het dus en als er iets misgaat stellen we achteraf wel een commissie in om te onderzoeken hoe dat nu kwam. Gelukkig hadden we wel snel weer water. 


woensdag 27 februari 2013

De iWatch die er volgens Bloomberg nog dit jaar komt kan een doorbraak betekenen voor m-health.


Apple heeft meer dan 79 patenten die betrekking 
hebben op een device dat om de pols past.  
Dit artikel is eerder gepubliceerd op 27 februari. Een recente publicatie van Bloomberg met als titel "Apple’s Planned ‘IWatch’ Could Be More Profitable Than TV". Zorgde ervoor dat ik het artikel nogmaals onder de aandacht wilde brengen. 

Onlangs las ik een rapport van PWC over de mogelijkheden van m-health. In dit rapport stond een passage waarin werd beschreven dat er voor m-health meer kansen liggen in de opkomende markten. Simpelweg omdat burgers daar niet ziek willen worden. De kosten van ziek zijn of de hulp van een arts zijn in deze regio te hoog of domweg onbetaalbaar met als gevolg dat de keuze voor m-health, zelfmanagement en preventie in deze landen meer voor de hand ligt dan in landen waar de overheid garant staat voor de kosten. Dit gegeven komt vanzelfsprekend in een ander daglicht te staan wanneer we ons realiseren dat de kosten van de zorg ook in ons systeem ondragelijk worden. De toenemende financiële druk op de burgers zal ervoor zorgen dat mensen tegen een geringe investering als de aanschaf van een mobile device met een health App of een abonnement op een zelfmanagement platform zelf aan de slag zullen gaan met hun gezondheid.

E-health als verzamelnaam voor zorg met behulp van allerlei internetgerelateerde toepassingen leek lange tijd een belofte. Een belofte die maar moeizaam leek te worden ingelost. Als gevolg van een falend zorgsysteem, de vergrijzing, het uitkleden van de verzekeringspolissen en de alsmaar stijgende kosten van het eigen risico, komt die burger zelf in actie. Per jaar komen er duizenden Apps op de markt die allemaal proberen te helpen bij het streven naar een vitaler en gezonder leven. Van eenvoudige Apps die je hartslag meten tot Apps die registreren wanneer je het hardst snurkt. Apps voor mobile devices lijken daarmee het begin in te luiden van enorme veranderingen in de zorg. De ontwerpen voor een smartwatch van SamsungApple en Sony die nu op de plank liggen en wellicht nog dit jaar het licht zullen zien gaan zorgen voor de definitieve doorbraak. De smartwatch is een mobile device voor om je pols en waarop geavanceerde Apps kunnen draaien die misschien wel jouw gezondheid bewaken. Je kunt er natuurlijk ook mee bellen, whatsappen, twitteren en zelfs zien hoe laat het is.

Omdat de smartwatch dag en nacht om je pols zit kan hij Apps op een andere manier van informatie voorzien. De smartwatch kan zo je hartslag, bloeddruk en calorieverbruik registreren. De smartwatch monitort je lichaamstemperatuur, de hoeveelheid bewegingen per 24 uur en de kwaliteit van je slaap. Aanvullende Apps in samenwerking met bijvoorbeeld een smart toilet kunnen zorgen voor vitale data van urine en ontlasting. Je kunt deze data nog verder verrijken met bijvoorbeeld informatie over de kwaliteit van je bloed die je hebt gekregen uit een bloedprik apparaatje. De weegschaal schiet dagelijks of wekelijks de data in je smartwatch over spier- en vochtontwikkeling, BMI en gewichtverloop. De smartwatch zal in staat zijn om deze data via de cloud te combineren met bijvoorbeeld social media data van twitter, de weeromstandigheden en geolocatie data. Ik stel me daarbij voor dat je op basis van die gegevens dagelijks kansberekeningen krijgt die je vertellen wanneer je de griep krijgt of dat je al ziek bent en welke plekken je beter kunt mijden wanneer je het virus wilt ontlopen. 

Natuurlijk kun je die verzamelde data dagelijks delen met je huisarts. De huisarts wordt daarmee data analist en kan op elke plek in de wereld op basis van cloudstatistieken en kansberekeningen de juiste medicatie voorschrijven. De vraag is natuurlijk wel of er dan nog plaats is voor artsen en medicijn verstrekkers. Wellicht dat deze tussenpersonen het veld ruimen net als eerder verzekeringstussenpersonen, bankiers en makelaars het veld ruimden. Immers gebruikerservaringen van medicijnen, reviews in combinatie met de data uit jouw smartwatch leidden vanzelf naar de juiste medicatie. Alle genoemde applicaties bestaan al. Het toilet dat middels een App kan communiceren met je smartphone is op de markt in Japan en Philips ontwikkelde technologie die het mogelijk maakt om thuis bloed te prikken en de gegevens ter analyse naar een arts te verzenden via het internet. Partijen als Nike en Withing leveren calorieverbruikbandjes, weegschalen en bloeddrukmeters die draaien op Apps. De smartwach zal deze data combineren en daarmee een nieuwe fase van e-health inluiden.

Dat het verzamelen van data om die vervolgens te delen met huisarts of specialist kan leiden tot ronduit spectaculaire resultaten blijkt uit bijgaand item gemaakt door RTL4 Nieuws. Het beschrijft een nieuwe behandelmethode tegen reumatoïde artritis. Het gaat hierbij niet om het toedienen van een nieuw medicijn maar juist om het delen van relevante data. De gezondheid van de patiënt wordt gevolgd met behulp van het invullen van vragenlijsten. De behandelend arts kan door de verbeterde informatievoorziening adequater handelen. Het resultaat is opmerkelijk; 60 procent van de patiënten is binnen een halfjaar klachtenvrij. Bijgaand de link naar het nieuwsitem op RTL4; Nieuwsitem RTL4 


maandag 18 februari 2013

Ben Vloon, “klanten vragen niet om een boormachine maar om een gat in de muur”.*


Gastblog van Ben Vloon eigenaar van Crowd+Co

“Lokale bouwers buitenspel bij bouwopdracht voor school in Joure” kopte de Leeuwarder Courant afgelopen week. Wat mij betreft had de titel moeten zijn “lokale bouwers zetten zichzelf buitenspel bij aanbesteding bouw nieuwe school in Joure”.
Natuurlijk wil ik eerst Facilicom feliciteren met het winnen van het contract. Met een vernieuwende aanpak kreeg Facilicom de opdracht die uiteindelijk als volgt werd omschreven: op 29 januari 2013 hebben de colleges van De Friese Meren besloten om de innovatieve aanbesteding van de Brede School in Joure Zuid te gunnen aan het consortium onder leiding van Facilicom Services Group. Voor de komende 25 jaar gaan de gemeenten een samenwerkingsverband met Facilicom aan, waarbij zowel het ontwerp en  de bouw als het beheer en het onderhoud voor de Brede School in Joure Zuid wordt verzorgd. Naast felicitaties heb ik ook een advies aan iedereen die in een soortgelijke situatie zit. De afgelopen vier jaar heb ik veel ondernemers gesproken en gevraagd wat zij hebben gedaan om hun business model aan te passen naar de nieuwe werkelijkheid. Een werkelijkheid waar klanten niet vragen om een boormachine maar om een gat in de muur, een werkelijkheid waarbij de klant zijn spijkerbroek niet meer koopt maar huurt (http://www.mudjeans.nl/) en een werkelijkheid waarbij de bouwer van vliegtuigmotoren de motoren niet meer verkoopt maar per uur verhuurt aan de kopers van het vliegtuig (http://www.rolls-royce.com/civil/services/corporatecare/) en geloof me ik heb nog wel honderd andere voorbeelden. De antwoorden die ik kreeg op mijn toch zo eenvoudige vraag waren ronduit teleurstellend. ‘Wij wachten tot de crisis overgaat’ of ‘Wij hopen op betere tijden’. Hoop? Hoop is wat mij betreft uitgestelde teleurstelling. Hoewel ik zelf niet bij het project in Joure betrokken was kon iedereen het goed volgen in de pers. Het verhaal gaat over de bouw van een school in Joure en om een aanbesteding volgens een nieuw model. Een model waarbij dus niet zozeer de bouw van het object de doelstelling was maar de complete dienstverlening. In andere woorden: ‘het fysieke product was slechts een  service-avatar’ in normaal Nederlands: het product was slechts de fysieke eenheid, de dienstverlening is zoals zo vaak hetgeen waar de werkelijke toegevoegde waarde wordt gevraagd en geleverd. Op de reactie van bouwbedrijf van Wijnen na, die ook meedeed bij de aanbesteding en zei “we moeten er iets van leren” kunnen de betrokken andere bouwers in dit verhaal vooral zichzelf veel verwijten. Elke willekeurige visionaire bouwbedrijf ook in Friesland heeft vier jaar de tijd gehad om zijn businessmodel en organisatie klaar te maken om de vraag in deze aanbesteding winnend te kunnen beantwoorden. Als je niet innoveert komt concurrentie zoals zo vaak uit een totaal onverwachte hoek. In dit geval heb ik niet zozeer medelijden met de ondernemers die verzuimden om te innoveren. Ik heb wel te doen met de werknemers van die ondernemers die het project misliepen. Zij zullen immers de klappen moeten opvangen. Concurrentie uit onverwachte hoek is niet nieuw. Elke ondernemer kan innoveren op zijn business-model, je moet er alleen wel voor openstaan. Je moet de confrontatie durven aangaan, dan zijn oplossingen vaak niet ingewikkeld. Je kunt al beginnen met samenwerking te zoeken met mensen of onderdelen van de keten die je nog niet kent. Het succes van gisteren is immers niet het succes van morgen en als je doet wat je altijd gedaan hebt dan krijg je wat je altijd al kreeg en in dit geval zelfs minder. Daarom doe ik een oproep aan alle ondernemers: Laat je inspireren, kijk eens bij de buren en praat met de mensen waarvan jij denkt dat ze je concurrent zijn. Je zult zien dat het direct al veel materiaal oplevert om nieuwe businessmodellen te genereren en dat het bovendien heel veel lol kan opleveren.


*Harvard marketing prof Theodore Levitt illustrated this difference with this straight forward analogy: “People don’t want to buy a quarter-inch drill. They want a quarter-inch hole!” Focusing too much on demographics segmentation and qualitative research methods, marketers are improving their products in ways that become mainly irrelevant to their consumers needs- focusing on the drill, not the hole.

zondag 10 februari 2013

Instagram, gezonder leven met foto’s.

Instagram als platform voor
een gezonde leefstijl #beforeafter
Instagram staat bekend als het platform voor het delen van foto’s. Dankzij de mogelijkheden van de verschillende foto apps en natuurlijk met de hulp van de eigen filters slaagde Instagram erin om binnen enkele jaren een groep van 100 miljoen gebruikers naar zich toe te trekken. Dat aantal groeit met een procent of tien per maand. De gebruikers zijn trouw, zo’n 90 miljoen mensen bezoeken het platform regelmatig. Dagelijks worden er tientallen miljoenen foto’s toegevoegd en elke seconde wordt er iets van 10.000 keer op een likeknop gedrukt. Indrukwekkende getallen. Facebook zag het succes vroeg aankomen en telde tot verbazing van vriend en vijand een miljard dollar neer voor het platform dat op dat moment ca. 30 miljoen gebruikers kende. Instagram maakte de afgelopen maanden zijn mobiele platform steeds meer geschikt voor de desktop. Daar was aardig wat over te doen op de social media. Het zou de nekslag kunnen zijn voor dit foto-deel-platform. Dat was althans het meest gelezen oordeel van de gebruikers. Ik ben zelf ook een van die gebruikers. Hoewel fotografie natuurlijk niet afhankelijk is van het filtertje maar toch met name van het onderwerp en de compositie ziet het resultaat, met het gebruik van apps en de filters van Instagram er toch als snel heel mooi uit. Tot voor kort dacht ik dat Instagram voornamelijk over het delen van foto’s ging. Dat was natuurlijk kortzichtig. Instagram gaat steeds meer over het delen van belevenissen. Foto’s zijn daarbij het makkelijkste en snelste vehikel. 

#healthyfoodideas
Zo ontwikkelen zich op Instagram zonder enige vorm van coördinatie communities met groepen vrouwen die werken aan hun leefstijl. Bij al die onderwerpen passen hashtags als #lowcarb, #losingweight, #eatclean, #healthy, #fitness, #beforeafter, #calories, #lifestyle #weightlos, #woman #thiscouldbeyou #healthyfoodsharing, #healthyfoodideas, #weightlossissues, #fitspiration. Voor de gebruikers van deze hashtags is Instagram het platform waar je ervaringen en belevenissen met elkaar deelt over bijvoorbeeld afvallen, fitness of een gezonde leefstijl. Op deze “hashtag communities” worden tips, recepten en ervaringen met elkaar gedeeld natuurlijk ondersteund met foto’s. Maar ook de vorderingen van het gevolgde dieet, zo worden onder de hashtag #beforeafter foto’s gedeeld die laten zien hoe zwaar je was toen je begon met je dieet en hoeveel je inmiddels afgevallen bent. Ondanks de gebrekkige tekst functie van Instagram zien steeds meer gebruikers van dit soort “hashtag communities” Instagram daarbij als het platform voor hun persoonlijke dagboek. Er wordt vertelt hoe het je vergaat en je illustreert dat met foto's. De volgers stimuleren jou in ruil voor je verhaal met comments, likes en smileys. Het aardige is dat deze gebruikers elkaar zelf hebben ontdekt via de hashtag. De foto is daarmee niet langer een doel maar een middel. Het is een opmerkelijke wending in het gebruik van het platform en geeft misschien aan waar Instagram de komende jaren naartoe kan evolueren. Communities die elkaar weten te vinden onder een hashtag en met elkaar communiceren rondom een foto. Dit biedt natuurlijk kansen voor slimme community managers. In het licht van deze ontwikkelingen lijkt de move van Instagram om naast het mobiele platform ook de desktop te betrekken zo gek nog niet. 

Misschien vind je dit ook een leuk artikel: Papegaaien journalistiek over de waarde van instagram.

dinsdag 5 februari 2013

De community manager als herder van de kudde



De community manager als herder
van de kudde.
Je komt ze steeds vaker tegen, vacatures voor een community manager. Het is een relatief nieuwe functie die snel terrein lijkt te winnen. Een functie die zo op het oog met name geschikt is voor bedrijven die hoofdzakelijk een rol willen spelen op het internet. De invulling lijkt per bedrijf te verschillen van de verantwoordelijke voor het customer service centre tot de persoon die zich bezig houdt met communicatie via de sociale media. Wellicht is ook die omschrijving eigenlijk nog te beperkt. De rol van een community manager lijkt op die van een schaapherder. De herder is daarbij verantwoordelijk voor de kudde, hij brengt zijn schapen in weer en wind naar grazige weiden en is verantwoordelijk voor het wel en wee van zijn dieren. Communiceren met de kudde doet hij rechtstreeks of via zijn hond. Na verloop van tijd weet de kudde al te reageren op de kleinste signalen en lopen de leiders vanzelf naar de goede weide. Vraag een herder naar zijn schapen en je hebt een goede kans dat hij ze allemaal kent. In ruil voor al dat goeds geeft het schaap melk en natuurlijk wol. Schaap blij, herder blij, een klassieke win win situatie zal ik maar zeggen. Community manager of marketingmanager? De management profeet Peter Drucker, had een voorzienige blik. Ruim voor de opkomst van de internet community schreef hij: “het doel van marketing is de verkoop overbodig te maken. Het doel van marketing is de klant zo goed te kennen en te begrijpen dat het het product of de dienst perfect op hem is afgestemd en zichzelf verkoopt. In het ideale geval zou marketing naar de klanten moeten leiden die bereid zijn het product of de dienst te kopen." In deze omschrijving lijkt de rol van de marketingmanager dichterbij de rol van community manager te liggen dan nu bij veel bedrijven het geval is. Bedrijven zenden niet alleen maar zijn ook gaan ontvangen. De opkomst van interactieve communicatie kanalen zoals de social media in combinatie met mobile devices stonden aan de basis van deze ontwikkeling. Het spel van interactie schept nieuwe mogelijkheden voor ondernemingen. Door de klant te betrekken bij het dagelijkse wel en wee van de onderneming ontstaat een betrokkenheid die nieuwe mogelijkheden geeft. De crowd wordt als het ware onderdeel van je bedrijf. Je ontwikkelt verkoop op basis van engagement. Je creëert toegevoegde waarde op basis van relevantie, service en interactie. 


Met het internet kwam de transparantie van het aanbod en met de opkomst van de zoekmachines raken de consumenten steeds meer aan het stuur. Consumenten zijn prijs en kwaliteit met elkaar gaan vergelijken en zoeken nu zelf naar de beste deal. Daarbij geholpen door gebruikers ervaringen, reviews, #durftevragen en vergelijkingssites. Content marketing wint snel terrein als hulpmiddel voor het realiseren van goede posities in de zoekmachines. Daarmee verliezen advertenties hun traditionele rol als gids in het zoekproces naar producten en diensten. De marketingmanager raakt daarmee langzaam maar zeker de grip op zijn proces kwijt. Community management heeft een belangrijk voordeel ten opzichte van adverteren. Adverteren is extreem kostbaar en de resultaten zijn moeilijk meetbaar. Het beheren van je community drijft op informatie en interactie. Op het internet is bovendien vrijwel alles eenvoudig meetbaar. Je bent zo voortdurend in contact met je klanten en daarmee ontwikkel je tegelijk een goed beeld van je toekomstige klanten. Vooral de kosten zullen uiteindelijk de doorslag geven om op deze nieuwe manier van verkoop verder te ontwikkelen. Bedrijven zijn immers het meest gevoelig wanneer het om de beheersing van kosten gaat. Duurzaam investeren in klantengroepen die ervoor zorgen dat nieuwe klanten zicht interesseren voor jouw product of dienst lijkt daarmee een toekomst te hebben. Het internet en met name de social media bieden daarvoor nu al geweldige mogelijkheden en we staan nog maar aan het begin van de ontwikkelingen. Een wereldwijde social media partij als Facebook  is nog geen tien jaar oud en Google is pas sinds 1998 actief. De komst van 4 ,5 en 6G zullen de on-line wereld, waar alles draait om snelheid, verder op zijn kop zetten. Het beheren van een community is natuurlijk een ander proces dan de wereld van de traditionele marketing. Zo op het oog misschien wat trager maar als je een kudde schapen goed voedt en onderhoudt dan groeit de kudde als een gek, jaar op jaar zonder grenzen.  

Als je dit een aardig aardig artikel vindt, dan ben je wellicht ook 
geïnteresseerd in dit artikel; 
-Internet marketing wordt steeds complexer. Een goede contentstrategie kan een oplossing bieden.

vrijdag 1 februari 2013

De Coolminds Group zoekt een commerciële driver die de ambitie heeft om partner te worden


De Coolminds Group 
De Coolminds Group is een in Leeuwarden gevestigde bedrijvengroep die actief is op het vlak van de zakelijke internet dienstverlening. De groep werkt voor landelijke en regionale opdrachtgevers en wordt gevormd door CrossOver consultancy, Coolminds internet en social media en Network Operations. Daarnaast exploiteert de groep de commerciële labels Red Marbles een internet lead track systeem en MijnVictor.nl een commercieel platform voor de advocatuur. 
Crossover Consultancy richt zich op klantcontact management en ontwikkelt internet concepten op het gebied van community shopping en klant loyaliteit. Coolminds internet en social media is een full service internet bureau en ondersteunt bedrijven, instellingen en lokale overheden bij de productie van hun websites en de ontwikkeling van internet applicaties. Network Operations is leverancier van 24/7 connectiviteit, hosting en datacenter diensten. Met vijftig professionals werken we dagelijks voor een inspirerende groep klanten. 

De Coolminds Group is ambitieus en voortdurend op zoek naar de stap voorwaarts. Om dit idee kracht bij te zetten zoeken we een commerciële driver. Je bent een vrouw of een man die nieuwe relaties ontwikkelt en die bestaande relaties verder verbreedt. Je bent succesvol en je wilt de volgende stap maken maar zit aan het plafond bij je huidige werkgever. De Coolminds Group geeft je de mogelijkheid om een eigen commercieel beleid vorm te geven. Natuurlijk is de honorering in overeenstemming met je kwaliteiten en bij gebleken succes word je aandeelhouder. Als je interesse is opgewekt kun je een mail sturen naar tadek@solarz.nl bellen kan natuurlijk ook 058-2333400

zaterdag 19 januari 2013

Je leest het steeds vaker, bedrijven moeten meer gaan denken als een uitgever. Maar is dat wel zo?

De campagne BMW maakt rijden geweldig.

Afgelopen vrijdag zat ik tijdens een lunch in het hoofdstedelijke Dauphine slechts één tafel verwijderd van Harry Kramp. Geen idee bij hoeveel mensen nu een belletje gaat rinkelen maar Harry behoort tot de top van Nederlandse reclamemakers. Harry en zijn mannen bij het toenmalige PPGH/Moussalt nu JWT/Amsterdam waren de drivers achter legendarische BMW campagnes begin jaren tachtig en lang daarna, maar ook achter "melk de witte motor" en "op een dag drink je geen bier meer maar drink je Grolsch". Het is maar een kleine greep uit zijn oeuvre. Harry kent mij niet maar ik ken hem wel. Althans zijn werk, het vormde jarenlang een inspiratie bron voor menig reclameman en ook voor mij. BMW advertenties, die kon je inlijsten en aan de muur hangen. De campagnes waren daarbij lange tijd het corporate gezicht van BMW Nederland. Slimme copy, geweldige fotografie. Vormgegeven door mensen die oog hadden voor vorm en typografie. Mensen die met gemak een dag konden praten over de spatiëring tussen twee letters. Liefde en aandacht met geweldige resultaten voor het merk en ik dacht, zou Harry BMW geadviseerd hebben om te denken als een uitgever?

De opkomst van het internet midden jaren negentig van alweer de vorige eeuw hebben het denken over en de kijk op marketing communicatie veranderd. Radio, televisie, dagbladen en billboards behoren nu tot de traditionele media kanalen en alles wat met het internet te maken heeft is nu nieuwe media. Social media zijn daarbij zelfs übernieuw. Het aantal kanalen geschikt voor marketing communicatie groeide spectaculair. De tablet en de smartphone zorgden er voor dat alles elke minuut van de dag onder handbereik is. Deze ontwikkelingen legden het fundament onder de gedachte dat bedrijven meer zouden moeten gaan denken als uitgevers. Bedrijven moeten verhalen bedenken en vertellen. De content die dat oplevert moet op een slimme manier verspreid worden via de traditionele media, het internet en natuurlijk de sociale media. Codewoorden daarbij zijn authenticiteit en relevantie. Doe je dat goed dan leidt dit tot goede resultaten bij Google vervolgens tot engagement en uiteindelijk tot conversie. Commercieel resultaat zeg maar. 

De vraag dient zich daarbij aan of bedrijven wel kunnen denken als uitgevers. In een tijd waarbij uitgevers het zelf al heel moeilijk hebben met het denken als uitgever kun je van installatie bedrijf Jansen met een man of 50 personeel moeilijk vragen om de te denken als een uitgever. Kan Jansen de rol van Facebook voor zijn installatiebedrijf overzien en wat moet Jansen op Pinterest vertellen? Ga er maar aan staan. Tot voor kort, een jaar of tien terug, werden voor al deze vraagstukken een reclamebureau ingeschakeld. Maar dat is afgelopen. De ontwikkeling van de reclamebranche staat al jaren onder druk.  Ondernemers letten op de kosten en creativiteit is nu eenmaal ongrijpbaar. De eigen marketing afdeling let natuurlijk ook op de kosten en denkt “wat die reclamejongen kunnen, dat kunnen we zelf wel". Geholpen door de knip en plak cultuur van het internet heeft het geleid tot een enorme creatieve en esthetische verschraling. Bedrijven schrijven zelf teksten en foto’s komen steeds vaker van een stockfotografie bedrijf. Dat art-direction en design een functie hebben in het proces van merkontwikkeling wordt steeds vaker vergeten. De rol van het reclamebureau als innovatie en communicatie partner en als het esthetisch geweten is uitgehold. De innovatieve kracht van eigen afdelingen op dat vlak zijn twijfelachtig, zeker in deze tijden. 

Dankzij Apple is tegenwoordig iedereen art director, film editor, copywriter, DTPer en programmeur. Typografen zijn vrijwel uitgestorven en de tijd grotere bureaus zulke specialisten in dienst hadden ligt mijlen ver achter ons. Interlinie, spatiëring ach zo’n computer programma kan het eigenlijk allemaal zelf wel. Website bouwers profileren zich daarbij als conceptuele alleskunners en pakken de productie van print of een commercial er wel even bij. Campagnes worden anno 2013 steeds vaker ontwikkeld vanuit de website of een Facebook pagina. De gedachte dat bedrijven moeten denken als een uitgever leidt er bovendien steeds vaker toe dat bij het ontwikkelen van een communicatie campagne niet het campagne thema maar de communicatie middelen het uitgangspunt vormen. Ik denk dat het een verkeerde ontwikkeling is. Een goed begin is het halve werk. Daar waar het gaat om het ontwikkelen van een thematische campagne voor de invulling van je merk is het waarschijnlijk zelfs het hele werk. Begin daarom dus met de ruggengraat van je communicatie, het thema. Het is vaak eenvoudig te vangen in één of twee regels copy en een key visual. Bijt je er op stuk en stop daar al je energie in. Heb je het campagne thema eenmaal ontwikkeld dan komt het uitgeven vanzelf.

Als je dit een leuk artikel dan vindt je wellicht deze artikel ook lezenswaardig;
-Het einde van interruptie marketing is in zicht en allang geen stip meer aan de horizon.
-Internet marketing wordt steeds complexer. Een goede contentstrategie kan een oplossing bieden.




dinsdag 8 januari 2013

Coolminds in Leeuwarden wil het team versterken met een designer die kan programmeren

De Coolminds Group In Leeuwarden gevestigd in Tesselstate
op loopafstand van het station en het centrum. 

De Coolminds Group uit Leeuwarden bestaat uit een vijftal bedrijven. Met een man of vijftig behoort de groep tot de top van de Nederlandse internetbedrijven. De groep herbergt specialisten op het gebied van conceptontwikkeling, programmeren, social media, fulfilment, connectiviteit, hosting, marketing en business development. Coolminds is het full service internetbureau binnen de groep en ondermeer specialist op thema’s als gedragsverandering en zelfmanagement.

Een designer die ook kan programmeren, dat is uitzonderlijk. Toch zoeken we voor Coolminds de uitzondering die de regel kan bevestigen, gewoon omdat het praktisch is. De belangrijkste programmeertaal die we gebruiken is PHP. Op basis van deze taal ontwikkelen we websites en internetapplicaties. We zoeken een man of vrouw die gedreven is en passie heeft voor het internet. Een kloutscore van boven de 45 vinden we een pre. Gevoel voor esthetiek, typografie en humor een must. Twee disciplines in een functie vinden we ideaal, maar we beseffen dat ideaal niet altijd beschikbaar is. Daarom kunnen goede programmeurs en goede designers natuurlijk ook afzonderlijk reageren.

We honoreren op basis van je kwaliteiten. De baan is voor 40 uur en het contract is voor onbepaalde tijd, natuurlijk wel met een proeftijd. Je kunt direct beginnen. Voor meer informatie kun je contact opnemen met Pelle Boekhorst. p.boekhorst@coolminds.nl
Bellen kan ook: 058-2333400.




maandag 17 december 2012

2012, mijn jaar social media van Blogger tot Bultrug.

Iedereen is nu vertegenwoordigd op de social media.
Vorig jaar om deze tijd schreef ik "wat hebben de social media mij gebracht in 2011". De tijd vliegt en ik kan alweer terugkijken op 2012. Wat hebben de social media mij gebracht in 2012 is nu de vraag. Om mee te beginnen een slordige 26.000 volgers op Twitter. Dagelijks plaats ik nu gemiddeld wel een tweet of tien waarmee ik kan zeggen dat het twitteren volkomen uit de hand is gelopen. Ik werd actiever met mijn persoonlijke blog met als gevolg zo’n 40.000 pageviews dit jaar. Ik startte daarnaast met bloggen op Molblog en op Ondernemerssupport, het ondernemers blog van ING. Een post op Molblog levert zomaar 35.000 views op, dat vond ik best spannend want als je blogt moet je ook leren omgaan met online kritiek. Ik poste 180 foto’s op Instagram en maakte vijf boards aan op Pinterest ook alweer met 275 pins, ik checkte af en toe in via Foursquare en ik opende naast mijn eigen Facebook pagina een besloten familiegroep. Ik ben daarmee nu actief op Twitter, linkedin, Instagram, Pinterest, Blogger, Facebook, Foursquare en Google+. Ik verkende naast deze meer bekende platformen ook nog de foto en video platformen Mobli, Cinemagram en Strum. Daarbij kijk ik af en toe naar mijn Kloutscore en Peer Index. Die laatst genoemden kunnen nog steeds niet op veel sympathie rekenen bij de social media activisten maar ik geloof nog steeds dat online reputatie een factor van belang gaat worden. Hoewel de meetprincipes van Klout en Peer nog primitief zijn kunnen de bedrijven door flink te innoveren zich ontwikkelen tot spelers van formaat. Het bloggen leverde mij gewaardeerde contacten op uit onverwachte hoek, ik leerde nieuwe mensen kennen via Linkedin, Twitter en Facebook en werd meerdere malen geïnspireerd door posts op Facebook en Twitter. De winnaars voor 2012 zijn voor mij Facebook, Twitter, Instagram en Linkedin.

Facebook, Youtube,Twitter, Linkedin en
Instagram maken de dienst uit. 
Social media de kaarten lijken geschud.
Het social media landschap is in beweging en de platformen zijn voortdurend op zoek naar inkomstenbronnen. Foursquare blijf ik moeilijk vinden, het inchecken als een op zichzelf staand iets kan mij niet boeien. Foursquare stapt steeds meer af van de badges en het burgemeester worden van de snackbar verliest in rap tempo zijn glans. Foursquare probeert zich meer en meer te richten op locatiegebonden aanbiedingen. Wellicht dat daar mogelijkheden liggen. Om Google+ te gebruiken naast Twitter vind ik ingewikkeld. Ik geloof dat het vooralsnog het een of de ander is. Google+ timmert op de achtergrond hard aan de weg. Met een continue stroom van innovaties en natuurlijk met de koppelverkoop van Google+ aan de zoekmachine van Google. Die koppeling leidt ongetwijfeld tot betere zoekresultaten en maken van deze combinatie wellicht alsnog een toekomstige winnaar. Youtube is al een winnaar. Met meer dan 8.5 miljoen unieke bezoekers per maand is het een van de beste bezochte internet sites van Nederland. Ter vergelijking, Nederlanders kijken per week gemiddeld nu al ca. 30 minuten naar online video’s. Traditionele televisie met ca. 150 minuten per week ligt nog ruim voor maar de tendensen zijn duidelijk zichtbaar. De combinatie Youtube, Google+ en de zoekmachine Google is daarmee ijzersterk. Bovendien weet Google als geen ander hoe je geld kunt verdienen aan online verkeer. Dat zal uiteindelijk waarschijnlijk toch doorslaggevend zijn. Pinterest vind ik mooi maar kan ik nog niet inpassen in mijn dagelijkse routine. Pinterest boekt in Amerika sterke resultaten waar het gaat om het genereren van traffic. Het klikken op pins, plaatjes leidt verkeer naar websites een belangrijk pluspunt voor hun businessmodel. Hoewel ik Facebook lange tijd niet helemaal kon plaatsen bespeur ik een opmars van deze social media reus. Het participeren in groepen op Facebook gaf mij dit jaar het inzicht van de snelheid waarmee je een groep kunt samenstellen. Facebook kan rekenen op meer dan 9 miljoen bezoekers per maand en dus heb je binnen no-time een belangen- of loyaliteitsgroep geformeerd rondom een onderwerp of een thema. Dat kan zakelijk natuurlijk erg interessant zijn. Hoewel Hyves met 3.5 miljoen bezoekers per maand in Nederland nog steeds een social media gigant is onttrekt het zich aan mijn waarneming. Hyves zegt op zoek te zijn nieuwe verdienmodellen, wat direct al klinkt als een typisch TMG boardroom verhaal. Wellicht slagen ze daarin maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de tijd daarvoor dringt. De winnaars en verliezers tekenen zich daarmee steeds duidelijker af en hoewel het mijn persoonlijke verkenningen zijn is het een ook een aardige afspiegeling van het social media landschap in Nederland. Facebook, Youtube, Twitter en Linkedin maken primair de dienst uit. Op de voet gevolgd door Google+, Instagram, Foursquare, Pinterest en tal van kleinere initiatieven. De kans dat een van de nieuwe social media initiatieven op basis van de huidige technologische stand van zaken zal doordringen tot de top lijkt mij erg klein.

Social media integreren in bedrijfsprocessen.
Social media als onderdeel 
van het bedrijfsproces.
Als er een ding duidelijk is geworden in 2012 dan is het wel dat de social media razendsnel integreren in professionele bedrijfsprocessen. Het nut en de noodzaak van het gebruik van deze platformen als businessdriver worden daarbij steeds duidelijker. P&O en HRM afdelingen maken steeds meer gebruik van de profielensite Linkedin maar ook het pushen van vacatures via social media kanalen en het vinden van achtergrond informatie van kandidaten wint aan belang. Social media platformen beginnen steeds duidelijker te knagen aan de randen van het meest gebruikte social media platform ter wereld, de e-mail. Contacten verlopen steeds vaker via, Linkedin en Facebook en zelfs de DM van Twitter wint zakelijk aan populariteit. Werknemers onderling weten elkaar steeds vaker te vinden waarbij zakelijk en privé door elkaar lopen. Het versturen van berichten wint het daarmee van het telefoneren een manier van communiceren die in Japan allang gemeengoed is. Luisterapplicaties als Hootsuite maar ook Google Alerts en Analitycs meten de sentimenten rondom je merk, product of dienst. Daarmee worden de social media een businessdriver voor de sales en service afdelingen, de platformen zorgen voor informatie en inspiratie. Salesmanagers leggen er nieuwe contacten en service afdelingen reageren er op ontevreden en tevreden klanten. De social media nemen daarmee langzaam maar zeker een steeds duidelijkere plaats in de traditionele bedrijfsprocessen. De transitie van de desktop naar mobiel zal dit proces nog verder aanjagen. In Nederland waren in 2012 ca. 22 miljoen mobiele aansluitingen, dan hebben we het over 11 miljoen mobiele telefoons die in staat zijn tot interactie. De gemiddelde tijd die we in Nederland op een mobiele telefoon doorbrengen is nu al meer dan 75 minuten per dag. We zijn via telefoon of tablet voortdurend met elkaar verbonden. Nu het 4G platform is geveild kunnen we op afzienbare tijd overal beschikken over een supersnel mobiel internet. Daarmee zullen video en foto een nog prominentere plaats krijgen in de communicatie. Voorspellingen van IBM dat we binnen vijf jaar geur via de telefoon kunnen detecteren, maar ook textuur van bijvoorbeeld kleding kunnen voelen of kunnen horen of iemand iets de waarheid spreekt door de telefoon zullen daarbij ook zakelijk impact hebben.


Zakelijk en prive nog steeds het belangrijkste
vertrekpunt op het internet.
Social media als kern van je 
Content strategie.
Er een ontwikkeling gaande die wellicht nog belangrijker is. De social media ontwikkelen zich tot een driver voor de organische vindbaarheid van je bedrijf, product of dienst op de pagina’s van Google. De social media maken daarmee van elk bedrijf min of meer een uitgever. Content strategieën worden leidend en de social media fungeren daarbij als publicatie kanaal. Elke post waarmee je het internet verrijkt of dat nu een tweet is met en een link, een post op Facebook met een referentie, een artikel op je website, of een video met een instructie, het voegt waarde toe aan je zakelijke verhaal. Als je daarbij acties en events koppelt aan je website creëer je een web van content dat voortdurend sterker wordt. Google waardeert dat en plaatst je daarom steeds hoger in de organische zoekresultaten. Google is zakelijk en privé nog steeds het belangrijkste vertrekpunt op het internet. De social media ontwikkelen zich daarmee tot de kern van elke internetstrategie.

Diffusion of innovations door Everett Rogers
Social media, iedereen is vertegenwoordigd.
Ik zag dit jaar ook de keerzijde van de social media. Het blijkt steeds meer een roeptoeter te worden voor een mediahype. We zagen het met de Facebook rellen in Haren en recent nog met de Bultrug voor Texel. Het internet is mede dankzij de social media platformen de plek geworden waar mensen zich snel mobiliseren. Het begon allemaal een tijd geleden met de overwegend vriendelijke flash-mobs het eindigde dit jaar met dreigtweets geadresseerd aan Ecomare. Ik zag mensen tweets plaatsen waar ze gegarandeerd hun leven lang spijt van krijgen en ook op Facebook kwamen er foto’s voorbij vergezeld van agressie. Eerlijk gezegd schrok ik van de hardheid en de ongenuanceerdheid. Loyaliteit aan een thema werkt kennelijk twee kanten uit. Als je het met elkaar eens bent en je stuurt elkaar daarover berichtjes dan verlies je kennelijk het zicht op de werkelijkheid. Er vindt daarmee een verharding plaats op de social media. Anonimiteit heeft zo duidelijk zijn keerzijde. Ik zie het op alle platformen. Mensen die niet hun echte naam gebruiken zijn meestal ongemeen hard in hun kritieken. We kennen allemaal de reaguurders van de Telegraaf. Datzelfde leger rukt op, maar nu op Twitter en Facebook. Ik vraag me daarbij oprecht af of hier geen beleid op te maken is. De registratie voorwaarden van alle platformen zouden bijvoorbeeld verder aangescherpt kunnen worden zodat iedereen in real live vindbaar is. Misschien betekent de toetreding van laatst genoemde groepen ook wel de definitieve doorbraak van de social media. Het innovatie proces, van innovators via early adopters naar laggards zoals beschreven door Everett Rogers in 1962 is daarmee voltooid. Iedereen is nu zo langzamerhand vertegenwoordigd op de social media platformen, dat heeft nadelen en voordelen. Voor mij blijft de balans echter nog steeds positief.


Als je dit een leuk artikel vindt, dan is dit misschien voor jou
ook wel interessant. Haren, was het Facebook of was het de televisie. 




woensdag 5 december 2012

Internet marketing wordt steeds complexer. Een goede contentstrategie kan een oplossing bieden.


Het geheel moet meer zijn dan de som der delen
Wanneer je als ondernemer het internet gebruikt voor marketing, communicatie en sales raak je steeds vaker verstrikt in een woud van mogelijkheden. Een strategie waarbij de content centraal staat kan een oplossing bieden. Nog maar een paar jaar geleden was je aardig bezig met een goede website en een digitale nieuwsbrief. Op een zeker moment kwamen de SEO mannen om de hoek kijken en werd je website een speelbal van Google. De SEO mannen en vrouwen bepaalden min of meer de Look and Feel van jouw website. Voldeed je aan hun regels dan werd de site immers beter gevonden door Google. Websites met Flash werden daarbij verwezen naar de kelders van Google. Natuurlijk werden er ook successen geboekt met als gevolg meer traffic op de website en een toenemende kans op sales. Tegelijk werd duidelijk dat er in een wereld waarin alle website zijn onderworpen aan het SEO dictaat geen concurrentie voordeel valt te behalen. De opkomst van de social media met zijn vele publicatie mogelijkheden hebben het niet eenvoudiger gemaakt. We spreken niet alleen meer van SEO (search engine optimization) maar tegenwoordig ook van SEA (search engine advertising) en SMO (social media optimization) daarbij kun je ook nog adverteren op de verschillende social media kanalen, digitale nieuwsbrieven versturen, je kunt communiceren via een weblog en Twitter een foto posten op Instagram en natuurlijk moeten we Facebook niet vergeten. Met meer dan een miljard leden een media macht in opkomst. Youtube is de broedplaats voor alles wat met video heeft te maken en werd daarmee de afgelopen jaren zelfs de tweede zoekmachine achter Google ter wereld. We luisteren het internet af via Hootsuite of Tweetdeck. Google Analytics en Google Allerts vertellen ons per minuut wat er aan de hand is. We zijn op het punt aangeland dat een Tweet met een klacht of een vraag een gewenste response tijd heeft van vijftien minuten. Of dat allemaal nog niet genoeg is zitten we in de transitie van de desktop naar mobiel. De afgelopen twee jaar is het aandeel smartphones explosief gestegen, tot een aandeel van maar liefst 54%.in 2012. Eén op de twee mensen hebben dus een telefoon op zak waarmee je kunt surfen op het internet. Als je daarbij bedenkt dat er in Nederland ca. 22 miljoen mobiele aansluitingen zijn, dan hebben we het over 11 miljoen mobiele telefoons die in staat zijn tot interactie. De gemiddelde tijd die we in Nederland op een mobiele telefoon doorbrengen is nu al meer dan 75 minuten per dag. Denk dus vooral ook mobiel. Bent u er nog? 

Google wordt daarbij met de dag strenger. Niet omdat ze dat graag willen maar omdat het aanbieden van goede zoekresultaten nu eenmaal hun core business is. Nieuwe releases als de Panda en de Penguin zijn bedoelt om spam en misleidende websites te elimineren maar in de praktijk sloopt Google de tussenhandel en de affiliates. Authentieke en relevante content waarmee je het internet verrijkt wordt daarmee steeds waardevoller. De consument anno nu informeert zichzelf. Hij gaat zelf op zoek naar het juiste product of dienst. Hij vergelijkt producten, leest aanbevelingen en mengt zich in discussies. Het internet is het medium bij uitstek om prijs en kwaliteit te vergelijken. En kom je er zelf niet uit dan vraag je om hulp op een van de talrijke vergelijkingsites. Je moet dus op het juiste moment met de juiste informatie op de juiste plaats zijn. Het internet begint voorlopig nog steeds bij Google. En hoog scoren in de zoekresultaten blijft daarbij van vitaal belang. Dit leidt tot natuurlijk tot stress en cowboy gedrag. Sommige adverteerders nemen daarom een short-cut en storten zich op link- en commentspam, reacties plaatsen op onderwerpen met tussen de regels door linkjes naar je eigen product of dienst. Recent was er nog aardig wat te doen over fake aanbevelingen en referenties. Gekochte positieve reacties en referenties, het zijn acties van bedrijven die op zoek zijn naar zelf verstopte paaseieren. Je kunt likes, volgers en vrienden kopen, maar je houdt jezelf voor de gek. Het is niet meer dan een korte termijn succes. Eigenlijk wordt alles wat je kunt bedenken gedaan. Het is een werkwijze die door de internet community niet op veel waardering kan rekenen. Er zijn internet watchers die er bijna hun dagtaak van maken om deze praktijken onder de aandacht te brengen. Eenmaal aan de internet schandpaal genageld leiden deze praktijken tot veel imago schade. Niet doen dus. Wat moet je dan wel doen. Ik zou adviseren om te beginnen bij het begin. De inhoud. Voor veel bedrijven zal deze aanpak misschien een harde reset betekenen maar je moet terug naar de basis. Naar het “wat kan ik betekenen voor mijn klant” en “waar heeft mijn klant behoefte aan”. Dat moet je aanvullen met wie je bent en wat je wilt worden. Het liefst betekenisvol maar in ieder geval authentiek. Dat moet worden samengevat in een begrijpelijk, reproduceerbaar verhaal. Geen missie en visie statements, die zijn prima voor stakeholders, de bank en je aandeelhouders. Maar die kopen niets bij je. Het gaat om je klanten of je toekomstige klanten. Die willen een helder, begrijpelijk en goed reproduceerbaar verhaal. Denk daarbij eens aan de kapper. Je zit in de stoel bij de kapper en hij of zij vraagt aan jou wat je zoals doet en voor welk bedrijf. Leg dat maar eens uit. Als je dat lukt in vijf minuten op een zodanige wijze dat hij of zij het aan een collega begrijpelijk kan doorvertellen dan ben je geslaagd voor de test. Deze regels zijn voor alle ondernemers hetzelfde van ZZP er tot multinational. Heb je het verhaal op orde dan kun je zelf de spelregels bepalen voor al je uitingen. De inhoud van je verhaal is het belangrijkst, maar voor Google is ook de vorm waarin het verhaal op het internet wordt geplaatst belangrijk. Er zijn spelregels en formats die je in acht moet nemen. Dagelijks  worden er nieuwe regels toegevoegd dus het is opletten geblazen. Recent nog werd door Google het idee van author ranking van stal gehaald. Het is een systeem waarbij je als auteur waarde kan toevoegen aan een artikel. Als je als auteur wordt gewaardeerd en je naam wordt gekoppeld aan een artikel dan zou dat kunnen helpen bij het positief beïnvloeden van de page rank van dat artikel. Je moet als auteur eerst wel even een account aanmaken bij Google plus anders werkt het niet.

Elke post waarmee je het internet verrijkt of dat nu een Tweet is met en een link, een post op Facebook met een referentie een artikel op je website of een video met een instructie, het moet waarde toevoegen aan je centrale verhaal. Daarbij moeten alle acties gekoppeld worden aan je website. Daarmee creëer je een web van content dat steeds sterker wordt. Omdat Google ook de continuïteit en de historie van je website waardeert ga je daarna elke dag een stukje vooruit. Ga daarom eens een paar stappen terug en begin bij het begin. Schrijf je corporate story, ontwikkel een content strategie en maak een content plan. Agendeer je activiteiten en kijk daarna waar en op welk kanaal, jouw content waarde kan toevoegen. Stem je content format af op Google en je kunt aan de slag. Heb je dat eenmaal onder de knie, breid dan de hoeveelheid kanalen die je wilt inzetten, gestaag uit. Daarmee ontwikkel je een duurzame strategie gericht op de lange termijn. Om vooruit te komen moet je nu eenmaal soms een paar stappen terug.  


Misschien vindt je dit ook een interessant artikel;
-Het einde van interruptie marketing is in zicht en allang geen stip meer aan de horizon.